Sex met dikke negerin grote lul in een klein kutje Posted on 01-01-2018

sex met dikke negerin grote lul in een klein kutje

In het derde boek zou hij dan, als priester, het traditionele standpunt van de Kerk hebben vertolkt. Op de internetsite http: Delahoyde citeert in dit verband E. Nou ja, zeker zullen we het wel nooit weten.

Net zoals bij de Roman de la Rose moet men in elk geval zeer voorzichtig zijn bij het citeren van puntige uitspraken in verband met liefde en seks uit De amore , zeker wanneer het gaat om die dialogen uit boek I: En eigenlijk geldt hetzelfde voor de rest van het boek. Literatuur en samenleving in de volle Middeleeuwen. Een alien komt terecht op de aarde meer bepaald in Schotland en neemt daar de gedaante aan van een knappe aardse vrouw meer bepaald Scarlett Johansson.

Zij rijdt rond in een van en pikt mannen op. De eerste twee lokt zij mee naar ergens binnenshuis waar zij achter haar aanlopen en langzaam verdwijnen in de blubberachtige, viskeuze vloer. De derde is een man met een elefantiasiskop en die komt eerst naakt in een veld buiten de stad terecht om dan in de koffer van een auto te verdwijnen.

Laat u alstublief niet misleiden door snobistische recensenten die deze film drie, vier of zelfs vijf sterren cadeau geven want Under the skin is echt waar niet meer dan een onvervalste vervelende kutfilm alhoewel sommigen er misschien ten onrechte een cultfilm van zouden willen maken met een scenario dat compleet staat als een tang op een varken: Heeft deze prent dan helemaal niets te bieden? Bovendien hebben wij dankzij deze film meer kunnen zien van Schotland dan toen we er in juli zelf drie weken ronddwaalden, want toen regende het bijna de hele tijd.

Maar om daarom nu dit pretentieuze, arty-farty rotding meer dan twee sterren te geven, nee! The Juliette Society , ]. Sasha Grey ° is een Amerikaanse ex-pornoactrice zij was actief tussen en die nu een erotische roman heeft geschreven. Ja, zo is het natuurlijk gemakkelijk om een uitgever te vinden! Nochtans doet Sasha op de achterflap flink haar best om er zo braaf en truttig mogelijk uit te zien en ook de cover oogt eerder onschuldig: De uitgeverij zal gedacht hebben: Nu, wij hebben geen werkimmanent onderzoek gedaan naar de verzamelde filmografie van Miss Grey, we kennen haar enkel van een via cyberspace tot ons gekomen gespecialiseerde vignette uit , waarin zij samen met ene Kelly Divine in volle glorie te bewonderen is.

Ofschoon de achterflap bazuint dat Greys carrière in de pornowereld flitsend was en dat haar klim naar de top van de erotische ladder werd bijgehouden door een groeiend aantal media, blijkt er noch in verband met haar ontblote fysiek noch naar aanleiding van haar erotische prestaties vóór de camera iets speciaals te melden, of het moest zijn dat ze een aardig potje kan vuilbekken en dat ze geen bezwaar lijkt te maken tegen anaal verkeer.

In een interviewtje met Jan Herregods dat op 14 februari verscheen in Metro, zegt Grey: Alsof dat verleden in dit geval een hinderpaal zou zijn! En bovendien is Greys zonet vernoemde talent om te vuilbekken haar goed van pas gekomen in deze roman, want zij neemt hoegenaamd geen blad voor de mond en menige passage in haar boek kan niet anders dan hardcore porno genoemd worden, ook al zijn die passages een stuk gesofistikeerder en fijner geslepen dan het o yes, fuck my ass -niveau uit het filmpje dat wij zagen.

Dat Grey moeite heeft gedaan om de loutere trivialiteit van een simpel pornoromannetje te overstijgen, blijkt overigens niet alleen uit het plotje dat zij heeft verzonnen en de dosis cultuur vooral filmcultuur die zij in haar tekst heeft geïnjecteerd, maar eveneens uit bladzijden waarin zij het vrouwelijke hoofdpersonage als het ware laat filosoferen in de breedste zin van het woord over pikante dingen, zoals bijvoorbeeld haar voorliefde voor en omgang met sperma bijna vier bladzijden lang, van pagina 62 tot 65 en internetporno van pagina 78 tot Verfrissend om zulke zaken uit de pen van een vrouwelijke auteur te horen vloeien, en men heeft werkelijk de indruk dat het hier niet gaat om een commerciële pose, maar dat zij het echt meent.

En ook de onverholen satire op sensatiegerichte Amerikaanse emoshows in hoofdstuk 17 geeft het verhaal een zekere meerwaarde. Dat vrouwelijke hoofdpersonage is overigens een zekere Catherine die studeert aan de filmschool, samenwoont met haar vriendje Jack en bevriend is met collega-studente Anna.

Bundy komen ze terecht op een orgie van het Juliette-genootschap, een geheime vereniging van rijke en belangrijke personen die ongestoord hun lusten botvieren. Tegen betaling, zoals Catherine tot haar ontsteltenis achteraf merkt er zit een bundeltje geld in haar tas. In de tweede helft van het boek blijkt echter dat Grey totaal incompetent is om een overtuigende romanstructuur op poten te zetten.

Om een onduidelijke reden verdwijnt Anna en met Jack, op wie Catherine blijkbaar echt verliefd is, komt het weer goed. Zij gaan samen logeren bij Bob DeVille thuis, alwaar zij tijdens de afwezigheid van de gastheer en zijn vrouw naaktzwemmen en anale seks bedrijven. Wat we nog niet vermeld hebben, is dat de loop van het verhaal regelmatig onder meer in de hoofdstukken 13, 14 en 19 onderbroken wordt door erotische droomfantasieën van Catherine die narratologisch gezien de plot alleen maar verwarrend maken en eigenlijk alleen maar bedoeld lijken om nog wat meer seks in het boek te pompen.

Het wordt allemaal nog verwarrender wanneer Catherine in het lange voorlaatste hoofdstuk 21 op zoek gaat naar Anna en terechtkomt in een villa van het Juliette-genootschap.

Deze bevindt zich boven een soort onderwereldgrot, een soort mengeling van een vals paradijs en de hel, waarin Catherine afdaalt en allerlei kinky erotische taferelen aanschouwt, tot zij uiteindelijk seks heeft met Bob DeVille en zij elkaar beurtelings om een of andere reden proberen te wurgen. Hoofdstuk 21 zou op zichzelf wellicht dienst kunnen doen als script voor een arty-farty pornofilm, maar binnen deze roman slaat het niet weinig als een tang op een varken en komt het alleen maar nodeloos ontregelend over.

Dat de achternaam van Bob DeVille expliciet in verband wordt gebracht met het woord devil komt de hele zaak nog wat wolliger maken, net als Bobs uitleg op pagina Horen we daar zowaar een echo van Jeroen Bosch?

In het laatste hoofdstukje, dat de indruk maakt snel even een slot te willen breien aan alle daarvoor verzamelde ongein, wint Bob de verkiezingen en heeft Jack uitzicht op een mooie functie, op voorwaarde dat Catherine haar mond houdt over Bobs geheime uitspattingen. Dat moet dan uitmonden in een soortement diepere thematiek. Met de woorden van ikverteller Catherine: En ik ben nog jong. Maar ik zal ook mijn hele leven met dit besef moeten leven.

Ik kan niet zeggen dat ik blij ben met dat vooruitzicht. Seks en macht, samen vormen ze een niet onaardig motiefkoppel, maar de wijze waarop het hier door Grey vorm werd gegeven, is — no pun intended — om met ballen naar te gooien. In verband met de zwakke structuur van deze roman zouden we ook kunnen signaleren dat er weinig of niets functioneels gedaan wordt met die droomfantasieën of met die filmdocent Marcus, die in het begin nogal veel te veel aandacht krijgt en op het einde compleet achter de horizon verdwijnt, maar Het Juliette Genootschap wordt geplaagd door nog andere minpunten.

Grey produceert voortdurend van die eenvoudige korte zinnetjes die in een kleuterboek niet zouden misstaan. In de marge van zijn interview noteerde Jan Herregods: Veel humor hebben we nochtans niet kunnen ontdekken. Op pagina misschien, waar Catherine in die onderwereldgrot een beeld beschrijft van een sater die een geit neukt: Ze ligt op haar rug, met de poten in de lucht.

De geitman neukt haar en trekt tegelijkertijd aan de baard. En de geit, nou, die lijkt niet verschrikkelijk blij te zijn met de hele situatie. Dat moet ik er wel bij zeggen. Ze ziet er zelfs doodsbang uit. Vermeldenswaard is ten slotte ook de aandacht die Catherine en via haar de auteur besteedt aan films. Het geeft niet enkel zowaar een intellectualistisch cachet aan het verhaal want de films die vermeld worden, zijn niet zomaar de eerste de beste: Grey verknoeit deze gimmick echter doordat ze geen maat weet te houden: Men leze bijvoorbeeld de laatste bladzijde waar de tekst voor bijna negentig procent alleen maar bestaat uit verwijzingen naar twee verschillende films, vlak achter elkaar.

Op die manier sluit Het Juliette Genootschap manifest aan bij het rijtje erotische romans van vrouwelijke auteurs die de laatste jaren op het lezerspubliek werden losgelaten à la Het seksuele leven van Catherine M.

Net zomin als Catherine Millet en E. James is Sasha Grey een dommerdje en het is verre van onaangenaam te merken dat ook vrouwelijke auteurs op een bevrijdende en ongeremde wijze over seks kunnen schrijven, maar helaas blijkt nogmaals dat voor het schrijven van een geslaagde erotische roman nog wat meer vereist is dan een geile fantasie en een vuilbekkend smoeltje.

Deze derde film van de in in Arkansas geboren Jeff Nichols zijn vorige films waren Shotgun Stories uit en Take Shelter uit begint boeiend, intrigerend en zelfs ietwat geheimzinnig. Twee veertienjarige jongens, Ellis en Neckbone, ontdekken op een eilandje in de Mississippi een kerel die blijkbaar op de vlucht is voor de politie en een voorlopige schuilplaats heeft gevonden in een bootje dat daar in een boom hangt het gevolg van een overstroming.

Hij zegt dat hij Mud heet en beweert dat hij zit te wachten op zijn vriendin. De nieuwsgierigheid van de kijker is gewekt wie is die met een revolver gewapende man en zijn de jongens, die hem eten bezorgen, wel veilig bij hem? Mud blijkt ook een beetje spiritueel, of is het eerder bijgelovig, te zijn: Gaandeweg krijgt de film ook een duidelijke thematiek mee, die draait rond liefde en geborgenheid in het gezin. Mud wordt nu niet alleen gezocht door de politie maar ook door de familie van die vermoorde kerel en wanneer Juniper in het dorpje arriveert, verschijnt ook al snel die familie, op zoek naar bloedwraak.

Mud beweert dat hij net als Neckbone zijn ouders nooit heeft gekend, maar aan de overkant van de stroom woont een oude man, Tom Blankenship, van wie we kunnen vermoeden dat hij de vader van Mud is. Hij wil nochtans zijn zoon niet helpen, omdat hij teleurgesteld in hem is. Ellis, die duidelijk belangrijker is in het verhaal dan Neckbone, wil Mud wel helpen, omwille van diens liefde voor Juniper. Het in de boom hangende bootje wordt met de hulp van de jongens hersteld en op een dag zullen zij Juniper naar het eilandje brengen, zodat zij met Mud kan vluchten.

Zij is echter niet op de afspraak en wordt door de jongens betrapt als zij hangt te flirten in een of andere bar. Mud laat haar dan een briefje bezorgen waarmee hij een einde maakt hun relatie, tot grote teleurstelling van Ellis die terug op het eiland kwaad wegloopt van Mud, in een beek valt en gebeten wordt door één van die slangen.

Mud redt Ellis door hem snel naar een ziekenhuis te brengen, maar moet zich op die manier blootgeven. Als hij bij Ellis thuis afscheid komt nemen, heeft de familie van de vermoorde kerel hem te pakken, met een vuurgevecht tot gevolg, dat echter dankzij Muds vader aan de overkant ooit scherpschutter bij de Marines eindigt met de dood van die hele familie.

Zoals de lezer misschien zelf al gemerkt heeft, begint naar het einde van de film toe, wanneer de losse draadjes aan elkaar geknoopt moeten worden, de plot een beetje te wankelen.

Terwijl het filmverhaal daarvoor langzaam en aangenaam voortkabbelde, wordt het nu plots allemaal wat rommelig en hektisch die vriendin die plots niet op de afspraak is, die val in een beek, dat vuurgevecht en zelfs wat ongeloofwaardig waarom moet die Mud perse nog afscheid komen nemen van Ellis, niet erg slim toch want hij weet dat die familie op hem loert.

Het einde van de film kan dan ook niet echt overtuigen. Zijn vader zet hem af met de auto, aan de overkant stappen drie tienermeisjes en één van hen wuift naar Ellis. Die wuift even terug, staat wat te denken, begint dan te glimlachen en gaat naar binnen.

Waarschijnlijk bedoelt Jeff Nichols hier dat Ellis nog altijd gelooft in liefde en geborgenheid, maar door dat uit te beelden via dat wuivende tienermeisje, komt het wat raar over, zo kort nadat Ellis nog een pijnlijk blauwtje heeft gelopen met een gelijkaardig tienermeisje.

Laatste sequens van de film: Hij gaat in de kajuit Mud halen die daar ligt te genezen van een schotwond en zegt: De camera draait dan en wij zien wat zij zien: Het is een prachtig eind beeld, maar dit keer zouden we bij God niet weten wat Jeff Nichols ermee bedoelt. Lijkt ons een kandidaat voor filmforums op middelbare scholen. Don Juan en de laatste nimf is de novelle waarmee Hubert Lampo in debuteerde.

Het werk werd geschreven in , middenin de oorlogsjaren, en dient dan ook gezien als een vlucht uit de grauwheid van het dagdagelijkse bestaan. Toch heeft de oorlog invloed gehad op de auteur en meer bepaald bij zijn keuze om het verhaal te situeren in het door Spaanse troepen bezette Vlaanderen van de zestiende eeuw. Wegens zijn uitspattingen met de Spaanse vrouwtjes en wegens een ongelukkig afgelopen twist met een jaloerse echtgenoot, werd hij door Filips II als commandeur van één van zijn legers naar de Lage Landen bij de Zee gestuurd.

Bij het begin van de novelle rukt Don Juan aan de leiding van zijn soldaten op naar het kettersnest Antwerpen. Herfst en winter reiken elkaar de hand en de Spaanse edelman ziet in de troosteloze, mistige en vochtige natuur het heimwee en de droefheid van zijn nevelige gedachten weerspiegeld. De novelle bestaat dan inderdaad ook uit één lange monologue intérieur waarbij door het hoofd van Don Juan de herinneringen spelen aan vroeger, vooral dan aan de grote, onweerstaanbare verleider die hij toen was.

Op de eerste bladzijden wordt ons de reden verklaard van zijn aanwezigheid in Vlaanderen en daarbij aansluitend krijgen we een raak getekend portret van Filips II, de eenzame, verbitterde Spaanse heerser [pp. De rest van het boek bestaat dan voor het overgrote deel uit flashbacks die hem terugbrengen bij de duizend vrouwen wier schoonheid hem onthuld werd, afgewisseld met kleine gebeurtenissen uit het heden. Ten slotte bereiken ze een landhuis, waar ze halt houden.

Don Juan laat zich aandienen bij de meesteres, wier man naar de oorlog is vertrokken. Ze weigert echter zich aan hem te vertonen. Ondertussen mijmert Don Juan verder over het verleden en zelfs wanneer hij zich persoonlijk naar haar vertrekken begeeft en zij zich koel en gelaten aan hem geeft, komt er nog geen einde aan de stroom van gedachten in zijn oude geest.

Toch heeft zich in hem een verandering voltrokken: Met zijn ponjaard opent hij zich de aderen en terwijl hij in haar armen sterft, verklaren zij elkaar hun liefde. Lampo beschrijft dit alles in korte, meestal leesbare zinnen, gedragen door vele adjectieven die de leesact soms wel eens willen vertragen. Met zijn aandacht voor de natuur, voor het individuele gevoel en voor de verbeelding die terugkeert naar het verleden, is deze novelle duidelijk gedrenkt in een poëtische, neoromantische sfeer.

Als een rode draad loopt door het verhaal Don Juans zoeken naar het geluk, naar de grootste waarheid. Net als in het volgende werk van Lampo Hélène Defraye valt ook hier een evolutie waar te nemen in de opvattingen van de hoofdpersoon omtrent het geluk.

Misschien is die beperktheid ons geluk: Waarom nog hopen en zoeken, als na al die dagen onze handen even leeg en nutteloos blijven? Voor deze wereld, die wij gedurende enkele luttele jaren betreden, is de waarheid een te zuivere wezenlijkheid, die bestendig door duizend oorzaken vertroebeld wordt. De enige afglans dier waarheid, ons als een aalmoes geschonken, is die der menselijke lotsbestemming.

Nu weet ik het. Zo werd dit debuut van Lampo het droevige verhaal van een man die zijn leven lang het absolute geluk zocht in de vrouwen die hij veroverde en verleidde, maar die hem nooit de liefde schonken. Wanneer de laatste nimf, de blonde Vlaamse noorderlinge, hem deze wel schenkt, is het reeds te laat want dan heeft Don Juan reeds ingezien dat het geluk niet op deze al te stoffelijke, aardse plaatsen gevonden kan worden.

Dat is het tragische besluit van een fijngevoelige novelle waarin een elegante erotiek zeker geen gezochte seks de boventoon voert. Hélène Defraye is de debuutroman van Hubert Lampo, verschenen in toen de auteur nog slechts 25 jaar oud was. Het is een degelijk werk geworden dat duidelijk blijk geeft van schrijverstalent maar dat evenmin zonder fouten is gebleven. Het verhaal speelt zich af van medio februari tot einde mei , vlak vóór de oorlog dus.

Hoofdpersonage is Hélène Defraye, dokter en universiteitsassistente, 25 jaar oud, die zich fel aangetrokken voelt tot haar professor, Joris Morée. Na een ontmoeting met diens zoon Herman op een feestje wordt ze echter op deze laatste verliefd en haar liefde wordt beantwoord. Dan breekt de oorlog uit. Zij vluchten met zijn allen richting zee. Onderweg wordt Herman onder de wapens geroepen. Hélène en vader Morée rijden verder door naar Frankrijk waar Joris tijdens een operatie gedood wordt door een neerstortend vliegtuig.

Net vóór hij sterft, verklaart hij Hélène zijn liefde en draagt hij haar op verder voor zijn zoon te zorgen. De kern van het boek is dus een zeer merkwaardig driehoeksgeval: Hélène voelt namelijk dat haar liefde tot Herman gestuwd wordt door de grote achting misschien wel liefde? Hélène Defraye is een psychologische roman die vooral de geestelijke gesteldheid van de personages beschrijft en dan ook hoofdzakelijk bestaat uit de gedachten en bedenkingen die door het hoofd van de personages spelen.

Dit ontleden van gemoedsgesteltenissen en vooral dan van de vrouwelijke psyche gebeurt bij Lampo in het spoor van Maurice Roelants. Trouwens niet alleen de psychologische analyse maar ook het feit dat het verhaal zich afspeelt in een burgerlijk milieu plus het zoeken naar geluk en evenwicht zijn evenzovele dingen die én bij Roelants én bij Lampo weer te vinden zijn.

Maar laten we de zaken even één voor één nader beschouwen. Belangrijk in deze roman is het innerlijk gebeuren en vooral dan de innerlijke strijd die Hélène doormaakt.

Nochtans is Hélène Defraye als psychologische roman niet zo geslaagd te noemen. De driehoeksverhouding is eigenlijk maar zeer mager uitgewerkt en tot echt spannende of dramatische conflicten komt het nooit, waarschijnlijk een gevolg van het feit dat de betrokken personen zichzelf zo goed in de hand hebben. Maar ook dit is weer een punt van kritiek. Vooral Hélène zelf is een ideaal van de auteur, dat in werkelijkheid niet bestaat en ook niet kan bestaan.

Zij is de intellectuele vrouw die alles koel, objectief en haast wetenschappelijk bekijkt, zonder emotie, evenwichtig, terwijl zij toch haar vrouwelijke elegantie en beminnenswaardigheid niet verloor. Wanneer haar broer Erik verbitterd is over het huwelijk dat hun vader wil aangaan met de veel jongere Vera, is haar oordeel: Ook het zoeken naar geluk speelt een voorname rol in dit boek: Verscheidene personen geven hun opinie over wat het geluk eigenlijk is.

Zo meent professor Dugaucquier: Voor Hélène bestaat het geluk uit de dagelijkse terugkeer van kleine dingen, met andere woorden de rust, het evenwicht: De toestand van innig welbehagen bij enkele duidelijk in haar geest afgetekende gedachten en gewaarwordingen: Ook Joris Morée is op zoek naar het geluk, maar in het begin is hij nog op het verkeerde pad. Tijdens het gesprek met Hélène in het labo hoofdstuk VI zegt hij: Eerst geeft hij toe dat zijn vroegere opvattingen fout waren: Sedert lang verwierp ik dergelijke begoochelingen en vroeg me af of de geluksgedachte te verenigen is met onze menselijke conditie.

Nadat Joris Morée er dan in geslaagd is een redelijk innerlijk evenwicht te bereiken, komt de uiterlijke wereld stokken in de wielen steken: Verder beseft Morée dat hij te veel aandacht aan zijn roeping van geneesheer heeft besteed en dat hij daarom als mens gefaald heeft: En wat is het intellect zo het hart in gebreke blijft?

Dit alles, dit ideaalbeeld van het geluk, wordt ten slotte verpersoonlijkt door Hélène want: Zij, mijn jongen, bezit de genade. Toch komt Joris Morée vlak vóór hij in de armen van Hélène sterft, nog tot een andere opvatting van het geluk. Hij die vroeger meende: Ik zie het nu héél duidelijk, nooit heb ik het zo vast geweten ….

Nadat dus eerst het vrij burgerlijke ideaal van geluk en evenwicht aan bod kwam, eindigt het boek op een pleidooi voor intermenselijke solidariteit. Trouwens, ondanks de burgerlijke en universitaire milieus waarbinnen het verhaal zich afspeelt, klinkt ook hier en daar een sociale noot door, zoals de scène met het zieke kind in de armenbuurt dat gered wordt door bloedtransfusie hoofdstuk IV en zoals Hélène die onbaatzuchtig de zieke moeder helpt en zelfs de hele klas van Herman kostenloos laat onderzoeken hoofdstuk V.

Toch blijft het burgerlijke karakter van de roman overheersen, onder meer door de uitgesproken intellectuele sfeer. Als zeer duidelijke voorbeelden hiervan mogen gelden het gesprek tussen Hélène en Herman over Bach [p. Dit alles wordt door Lampo beschreven in lange, lyrische maar wat zware en gemaniëreerde zinnen.

Het gevolg is dat Hélène Defraye een traag boek is geworden, soms zelfs wat slepend en saai, maar over het algemeen toch erg poëtisch en esthetisch bekorend, ten minste voor wie de moeite neemt een traag boek ook traag en af en toe misschien zelfs even hardop te lezen.

In de eerste uitgaven kwamen trouwens ook gedichten voor die later door de schrijver geschrapt werden! Al bij al is Hélène Defraye een gave, maar ietwat moeilijk verteerbare roman geworden die voor de toenmalige auteur zelf armenonderwijzer, net als Herman zeker een vlucht heeft betekend uit het grauwe alledaagse bestaan. Als dusdanig is dit boek dan ook een voorbode van de latere magisch-realistische werken van Hubert Lampo.

Monografieën over Vlaamse Letterkunde — nr. Zo klinkt het ook. Waarom het hier perse heropgevist moest worden, blijft onduidelijk. Dat album was op zichzelf al overbodig, dus kan je nagaan wat deze drie winkeldochters waard zijn.

En deze Coda in zijn geheel is een rommelig samenraapseltje van rommel die op de onderste lade is blijven liggen. De bedoeling was blijkbaar om kort na het ter ziele gaan van Led Zeppelin nog snel wat extra cash te scoren. Uit Led Zeppelin I haalt men natuurlijk de a- en de b-kant van het singletje: Communication breakdown [A1] en Good times bad times [A3]. Ook Dazed and confused [A4] meldt zich terecht present maar You shook me is helaas afwezig, waarschijnlijk omdat het niet geschreven werd door Led Zeppelin zelf.

Terechte keuzes uit Led Zeppelin II zijn de onsterfelijke single Whole lotta love [A5] en het geweldige Heartbreaker [A6] dat naar ons gevoelen niet mag gedraaid worden zonder er Living loving maid onmiddellijk achteraan te gooien. Het is dan ook moeilijk te begrijpen dat dit nummer hier ontbreekt en vervangen wordt door het middelmatige Ramble on [A7]. Voor ons niet gelaten. Logische keuzes zijn de single Black dog [A11] en het onvermijdelijke Stairway to heaven [A15], maar ook Rock and roll [A12], het nog altijd even vals gezongen The battle of Evermore [A13] en Misty mountain hop [A14] werden opnieuw afgestoft.

Te veel eer volgens ons, maar wij zijn dan ook geen doorwinterde Zeppelin-fans. Raar dat de andere single, Over the hills and far away , niet mag meedoen. Van de dubbel-lp Physical Graffiti overleven slechts drie songs: Waarom het toch middelmatige Houses of the holy [B5] wel mag meedoen, is ons een raadsel.

In zijn geheel biedt deze dubbelcd een goed overzicht van tien jaar Led Zeppelin-songs, maar tegelijk toont hij nog eens aan dat Led Zeppelin niet echt tot de absolute toppen van de rockmuziek hoeft gerekend te worden.

De eerste cd vangt aan met een wat te trage versie van het Willie Dixon-nummer You shook me [A1] en datzelfde You shook me [A13] krijgen we nog eens te horen in een dubbel zo lange versie. De song is hier duidelijk nog aan het groeien en de twee versies bereiken dan ook niet de kwaliteit die het nummer heeft in de studioversie op Led Zeppelin I. Hetzelfde geldt voor Communication breakdown [A3, A7, A11] dat we te horen krijgen in niet minder dan drie verschillende versies, en Dazed and confused [A4], allebei tracks die eveneens op het debuutalbum terugkeren.

Het is echter manifest minder goed dan het ongegeneerd-geile You shook me. Cd 1 bevat verder nog ruwe versies van drie ook op de eerste twee albums voorkomende tracks: What is and what should never be [A6] is echter weinig opvallend, Whole lotta love [A9] klinkt hier een beetje kaal en How many more times [A14] duurt wat te lang bijna twaalf minuten.

In zijn geheel is de eerste cd interessant maar hij bevat niets dat onmisbaar is. De tweede cd, met tien nummers die door de BBC werden opgenomen tijdens een concert in het Londense Paris Theatre op 1 april , is interessanter en ook beter. Beide nummers hebben ook een toffe gitaarsolo van Page in de aanbieding. Daarna komt een hitsige versie van Black dog [B4], zo hitsig zelfs dat we deze song uit Led Zeppelin IV meteen veel hoger gaan inschatten.

De meer dan achttien minuten durende versie van Dazed and confused bevat een paar mindere momenten onder meer rond de negende minuut valt het een beetje stil , maar in zijn geheel is dit toch prima, hoor, met een ambiance om duimen en vingers bij af te likken. We krijgen dan nog twee nummers uit Led Zeppelin IV , dat toen dit concert werd opgenomen nog net niet verschenen was: Het uit Led Zeppelin II afkomstige Thank you [B10] sluit de tweede cd af, maar het maakt minder indruk dan de rest en klinkt, in tegenstelling tot de studioversie, wat lawaaierig het werd indertijd dan ook niet uitgezonden door de BBC.

In zijn geheel geeft deze tweede cd ons een heel goede auditieve indruk van wat Led Zeppelin in op een podium waard was, en dat was niet niks! In feite bevestigt dit concert wat wij al langer vermoedden: In hadden ze déze cd als live-album moeten uitbrengen, in plaats van het magere The Song Remains The Same.

Zes jaar later, in , verschijnt alweer een album met oude live-muziek van Led Zeppelin. Deze keer is het maar liefst een driedubbele cd met opnames van Amerikaanse concerten in het LA Forum 25 juni en de Long Beach Arena 27 juni Na het verwaarloosbare, slechts veertien seconden durende LA Drone [A1] barst de groep los in een rommelige versie van Immigrant song [A2], onmiddellijk gevolgd door een nogal zwakke versie van Heartbreaker [A3], waarin Plant vocaal compleet door de mand valt en de gitaarsolo van Page in het midden in de studioversie een parel wat te lang en te mat uitvalt.

De totaalindruk die deze eerste cd maakt, is: De groep is nog niet helemaal warmgespeeld, zullen we maar denken. Over het algemeen komen de tracks die in het LA Forum werden opgenomen, ook sterker over dan die van de Long Beach Arena. Die betere vorm blijkt manifest ook uit de prima, bijna een half uur durende en in LA opgenomen versie van Dazed and confused [B1]. What is and what should never be [B2] nochtans opgenomen in Long Beach continueert op geslaagde wijze de hitsige sfeer die in B1 werd opgebouwd maar wisselt dit af met korte, kalmere passages en staat hier dus perfect op zijn plaats.

Het als nieuw nummer aangekondigde Dancing days [B3] zou kunnen profiteren van de nu heersende good vibrations maar klinkt helaas wat vals en overtuigt dus niet helemaal. Het blijft overigens eerder klinken als een David Bowie- dan als een Led Zep-song. Het beste heeft Jimmy Page die in deze live-compilatie samenstelde duidelijk voor de derde cd bewaard. Dit plaatje hebben we op oudejaarsavond tussen middernacht en één uur gedraaid met open ramen en de volumeknop op negen, ja, en dan gaat er iets door je heen, dan begrijp je waarom Led Zeppelin in met concerten als deze Amerika veroverde, dan geef je Charlie Poel gelijk wanneer die in Humo [nr.

En hetzelfde geldt voor het bijna tien minuten durende Bring it on home [C4] dat dit driedubbele album waardig afsluit. Led Zeppelin was in de eerste plaats een live-groep nummers die op de studioalbums middelmatig klinken, krijgen live een manifeste meerwaarde , en de beste Led Zeppelin was de vroege Led Zeppelin.

Wij begrijpen dan ook niet goed dat Robert Plant en Jimmy Page, wanneer hen in gevraagd wordt [zie Humo, nr. John Paul Jones antwoordt op dezelfde vraag echter: In wordt er een eenmalig reünieconcert van Led Zeppelin aangekondigd in Londen en van de aanloop naar dat concert wordt geprofiteerd kassa!

Led Zeppelin I is weer vertegenwoordigd met de vier zelfde nummers, maar de volgorde is gewijzigd: Voor Led Zeppelin II eveneens een lichtjes veranderde nummering: Living loving maid blijft om een of andere ondoorgrondelijke reden ontbreken.

Van Led Zeppelin IV zijn er opmerkelijk! In vergelijking met de eerste cd van Remasters zijn er dus drie nummers in ongenade gevallen en is er één bijgekomen. Op de tweede cd blijft Houses of the Holy vier tracks leveren, alleen werd The rain song nu vervangen door Over the hills and far away [B2], deze keer heel terecht volgens ons.

De dubbelaar Physical Graffiti levert nog altijd slechts drie songs, maar in een andere volgorde: De tweede cd in vergelijking met die van Remasters dus: Het is duidelijk dat de belangrijkste functie van Mothership in het goedkoop opkloppen van een Led Zep-hype was. Een dubbel-cd, live opgenomen op 10 december in de Londense O2 Arena het voormalige Millennium Dome. Met als vervanger voor de overleden drummer John Bonham diens zoon, Jason Bonham.

Jason, ofschoon in het begin wat nerveus, kwijt zich degelijk van zijn taak maar kan het niveau van zijn papa niet evenaren. De eerste cd bevat acht tracks. Het begint met het openingsnummer van Led Zeppelin I , Good times bad times [] en vervolgt met een track uit Led Zeppelin II , Ramble on [], dat stukjes bevat van What is and what should never be.

Geen al te vanzelfsprekende keuzes, lijkt ons waarom bijvoorbeeld niet begonnen met Communication breakdown , toch ook een vroeg nummer? We zijn nu opgewarmd en worden vergast op een elf minuten lange versie van In my time of dying [] uit Physical Graffiti. We horen degelijke hardrock, maar zijn absoluut niet onder de indruk. Met het tragere nummer No quarter [] uit Houses Of The Holy krijgen we na al dat decibelgeweld even wat ademruimte. Het gitaarspel van Jimmy Page doet ons hier soms denken aan dat van George Kooymans van Golden Earring al zal de stijlinvloed in werkelijkheid wel omgekeerd verlopen zijn, vermoeden we.

Al bij al heeft deze eerste live-cd ons niet echt wild-enthousiast gemaakt, en we moeten toegeven af en toe zelfs wat verveeld geweest te zijn. Op de tweede cd staan eveneens acht tracks. Stairway to heaven [] komt uit Runes en is — om redenen die wij nog steeds niet kunnen vatten zie supra — voor velen uitgegroeid tot een all-time classic: The song remains the same [] uit Houses Of The Holy en het dartel huppelende Misty mountain hop [] uit Runes slagen er al evenmin in ons te bekoren. Blijven dan nog de twee bisnummers over: Whole lotta love [] dat in de originele versie een meesterwerkje van de heavy rock is maar hier een brave, weinig explosieve behandeling meekrijgt Willie Dixon wordt dit keer wel vermeld als mede-auteur, zie supra , en uit Runes Rock and roll [], dat we indertijd al te hitserig vonden en hier is het dat nog veel meer.

Alles op een rijtje gezet: Onbegrijpelijk overigens dat de nummers Heartbreaker en Living loving maid , twee kanjers uit Led Zeppelin II , niet waardig werden geacht om mee te vieren op deze Celebration Day.

Naar verluidt heeft Jimmy Page bij de remastering rekening gehouden met het feit dat velen de songs zullen beluisteren in mp3-formaat. Omdat we onlangs het boek van F.

Scott Fitzgerald herlazen en de recente filmadaptatie van Baz Luhrmann bekeken, was het boeiend om ook eens poolshoogte te nemen van de filmadaptatie van Jack Clayton uit Ondertussen waren we al lang vergeten dat we die verfilming ooit al eens gezien hadden dus toch een zich langzaam aankondigende seniliteit?

Die oude steekkaart ongetwijfeld daterend van ergens midden de jaren zeventig vertelt: Claytons versie is erg esthetiserend, erg mooi, vakkundig gefilmd maar ook wat saai en vaak te lang gerekt. Er zitten natuurlijk ook erg goeie dingen in, vooral thematisch de klassenstrijd op de achtergrond en tussen de regels, de sfeer van laissez faire uit de roaring twenties, het opkomende fascisme maar die lijken eerder toe te schrijven aan het materiaal van Fitzgerald dan aan wat Clayton en Coppola ermee gedaan hebben.

Een goed gemaakte, maar ietwat droge verfilming dus, die commercieel een totale flop werd. Nog volledig mee eens na al die jaren.

Jack Clayton die we ons nog wél herinneren van de veel interessantere griezelfilm The Innocents en Coppola volgen het boek vrij plichtsbewust met links en rechts weliswaar enkele kleine ingrepen , maar laten zich regelmatig betrappen op onhandigheden bij het vertellen van het verhaal en het is pas wanneer je deze film vergelijkt met de versie van Baz Luhrmann uit , dat je beseft dat er meer en minder geslaagde vormen van esthetisering bestaan.

Terwijl Luhrmanns exuberante vormgeving de plot een schwung geeft die het oorspronkelijke boek niet bezit, overstijgen Clayton en Coppola de ingebakken meligheid van het verhaaltje niet, ondanks het feit dat zij in hun versie de sociale kritiek scherper doen uitkomen dan bij Luhrmann en zelfs bij Fitzgerald het geval was. Al zet ze hier anderzijds wel eenzelfde soort truttig typetje neer als indertijd in Peyton Place , en dat past weliswaar heel goed bij het onnozele gansje Daisy nogmaals dienden wij ons af te vragen: In ieder geval is het duidelijk dat deze versie van Clayton nog niet tot aan de knieën reikt van de Luhrmann-prent uit Blauwe maandagen is de debuutroman van de Joods-Nederlandse schrijver Arnon Grunberg.

Het boek werd door de kritiek en het publiek redelijk welwillend ontvangen ofschoon minder positieve geluiden evenmin ontbraken , kreeg de Anton Wachter-prijs voor het beste literaire debuut en werd ondertussen in vertaling uitgebracht in diverse landen, waaronder Duitsland, Frankrijk, Engeland, de VS en Japan. De roman bestaat uit vijf onderdelen.

In het uit tien hoofdstukken bestaande tweede deel, Rosie , beschrijft de ik zijn laatste jaren op de middelbare school: In deze jaren heeft hij een vriendinnetje, Rosie, met wie hij onder meer enkele dagen naar Antwerpen trekt ze zijn op dat moment beiden vijftien jaar , maar het is een lusteloze relatie zonder veel fut, levensvreugde of liefde.

Het derde, niet verder ingedeelde deel, Walk like an Egyptian , beschrijft de laatste levensmaanden van de aftakelende en veel last verkopende vader. De ikfiguur, die overigens Arnon heet, is ondertussen negentien en zoekt zonder veel succes zijn weg in het uitgeversvak. Het vierde deel, De meisjes , is weer onderverdeeld in hoofdstukken, vijf om precies te zijn. Dit deel bestaat hoofdzakelijk uit Arnons wedervaren met prostituees.

Nu eens gaat het om hoertjes die ergens in een besloten huis werken, dan weer om escortmeisjes die hij bij hem thuis laat komen. Alles wat hij met deze dames meemaakt, is echter even deprimerend en ontluisterend. In het laatste, weer niet verder onderverdeelde stuk, In dienst van Blue Moon , laat Arnon zich inschrijven bij een gigolobureau, maar het komt nooit tot enige actie. Wel krijgt hij nog bezoek van een Litouws hoertje, Sandra, maar dit contact is even treurig en nutteloos als de vorige.

Men vraagt zich af waarom dit boek door bepaalde mensen goed wordt gevonden. Om te beginnen lijkt de structuur nergens naar en is alles heel oppervlakkig en zelfs slordig geschreven. Dat is reeds het geval op de eerste bladzijden waar de ikfiguur meldt dat zijn vader kaal is, terwijl het enkele regels verder luidt dat zijn haren op stro leken [pp.

Voor de rest is deze tekst niets anders dan één lange aaneenschakeling van anekdoten die compleet als los zand aan elkaar hangen. Over die Berlijnse paarden, waar het eerste deel aan gewijd is en die zelfs de titel voor dit deel leveren, vernemen wij bijvoorbeeld in de rest van de roman totaal, maar dan ook totààl niets meer. Met gemak kan men nog tientallen gelijkaardige voorbeelden aanstippen. Typerend is dat er voortdurend van de hak op de tak wordt gesprongen en dat alle verhaalelementen zeer oppervlakkig worden uitgewerkt.

Personages komen en gaan, zeggen een paar dingen en verdwijnen dan weer, om honderd bladzijden verder nog eens even op te duiken en dan voorgoed onbesproken te blijven. Tot een sterke, beklijvende verhaalstructuur leidt zoiets natuurlijk niet en vaker dan de lezer lief is, laat Grunberg zich betrappen op onvervalst bladvullend geleuter.

Dat gaat dan zo: Het recept was van mijn vader. Toen ik op een middag van school kwam, vertelde hij: Het duurde vier jaar voordat hij het proces uiteindelijk verloor. Ik heb niets speciaals met honden. Het grootste beest dat ik tot nu toe om zeep heb geholpen, is een hommel, maar daar gaat binnenkort verandering in komen. En zo ratelt dat maar door, zonder samenhang, zonder verbanden en zonder einddoel. Klap op de vuurpijl bij dit alles is dat de tekst vanaf de vijftiende druk is herzien: Als de oorspronkelijke tekst goed genoeg was om een literaire debuutprijs te krijgen, waarom moest er dan later aan gesleuteld worden?

De thematiek van het boek is ook al niet van aard om van een meesterlijk debuut te kunnen spreken. Men stelle zich van deze thematiek overigens niet te veel voor. Ton Brouwers doet Grunberg te veel eer aan als hij schrijft: Dat wereldbeeld bestaat dan toch uit niet veel meer dan een oppervlakkig mengseltje van misantropie, troosteloosheid en onvermogen tot liefde.

Het verhaal laat zien hoe hij de besloten wereld van school, religie en gezin inruilt voor het anonieme leven van drank, de grote stad en de betaalde seks. Het wordt uitgewerkt aan de hand van twee gelijktijdige maar tegengestelde processen in de ontwikkeling van het personage Arnon: Maar zijn eerste schreden in het volwassen leven kunnen allesbehalve geslaagd genoemd worden.

Dierbare relaties heeft hij niet opgebouwd, duidelijke toekomstplannen heeft hij niet weten te ontwikkelen en intellectuele ontplooiing lijkt hij evenmin te zoeken. Hij heeft geen baan gevonden die hem boeit, terwijl de betaalde seks die hij wel actief opzoekt hem eigenlijk amper opwindt. Er is sprake van een ontwikkeling naar een zekere eenzaamheid en nihilisme in zijn leven. Zo geformuleerd klinkt dit allemaal veel indrukwekkender en boeiender dan het in de roman zelf overkomt.

De motieven lusteloosheid en liefdeloosheid komen in de tekst wel degelijk af en toe aan bod, bijvoorbeeld op de bladzijden Misschien konden de hoeren die ik bezocht had mij wat schelen, want ik dacht aan hen in de uren dat ik niet bij ze was, en ook niet bezig was naar ze toe te gaan.

Ook dat wist ik niet zeker. Of nog, op bladzijde Aan haar ijle, afwezige stem, haar weerzin tegen het praten van al die mensen.

Misschien had ze wel gelijk, misschien moesten we maar ophouden liefde proberen uit te drukken in woorden. Omwille van twee redenen, denken wij. Zoals de achterflap niet nalaat te vermelden, draait de helft van deze roman rond hoerenbezoek en rond een kerel die voor gigolo speelt.

In haar recensie in De Telegraaf van 27 mei noteerde Ingrid Hoogervorst in elk geval al: Zulke recensiezinnetjes zijn uiteraard zuivere onbetaalde reclame voor een roman.

Er is echter nog een tweede reden, en daarmee kunnen we dan toch eindelijk iets positiefs ventileren rond dit Grunberg-debuut: Nu eens is die humor vulgair, onnozel of banaal, maar evenzovele keren slaagt Grunberg erin de lezer een onweerstaanbare glimlach te ontlokken. Ze heeft me geen Hebreeuws bijgebracht, maar ze heeft me wel geleerd hoe het is om iemand echt te haten. Goddelijk is ook het volgende fragmentje, uit Arnons bezoek aan de al wat oudere hoer Tina: Ik was verbaasd, want ik voelde geen enkele gêne die ik meestal wel voel als ik me uitkleed waar andere mensen bij zijn.

Daar stonden we aan het voeteneind van het bed en het bleef een tijdje stil en ten slotte vroeg ik maar: Ik keek naar haar gerimpelde buik en haar borsten die naar beneden hingen als verlepte bloemen en ik liep achter haar aan naar de wastafel. Ze waste zich met het blauwe washandje. Haar kut en ook haar billen.

Vooral die heeft u huisdieren? Al bij al is wat we hier aan positiefs kunnen meedelen toch maar matig voor een boek dat een debuutprijs heeft gekregen. Niet alle recensenten waren trouwens zo positief over Blauwe maandagen.

In Knack schreef Bart Vanegeren: Zo sprankelend als de eerste helft van Blauwe maandagen bijwijlen is, zo mak is de tweede. En in Vrij Nederland noteerde Jessica Durlacher: En Ton Brouwers vatte samen: De Telegraaf , 27 mei Knack , 21 september , pp. Lexicon van Literaire Werken , 47, augustus , pp. Er werd gebruik gemaakt van de licentie-uitgave uit de reeks Boektoppers , Malmberg, Den Bosch, , blz. Bruiloft aan zee is de debuutroman van de Nederlands-Marokkaanse auteur Abdelkader Benali, die in geboren werd in Marokko en op vierjarige leeftijd met zijn ouders naar Rotterdam kwam.

Het door een alwetende verteller vertelde verhaal gaat over de Nederlandse Marokkaan Lamarat Minar die op jonge leeftijd met zijn ouders naar Nederland is gekomen.

Lamarat is nu twintig jaar en zijn jongere zusje Rebekka gaat trouwen met Mosa, de jongere broer van zijn vader, zodat deze ook naar Nederland kan komen. Het trouwfeest gaat plaatsgrijpen in het Noord-Marokkaanse, Berberse kustdorpje Touarirt, maar vlak vóór het feest verdwijnt Mosa naar een naburig stadje, alwaar hij zich dronken drinkt en zich afgeeft met hoeren iets wat daarvoor ook al zijn specialiteit was.

Lamarat moet nu van zijn vader een taxi nemen en op zoek gaan naar Mosa. Mosa wordt uiteindelijk gevonden en teruggebracht. De bruiloftgasten zijn ondertussen allemaal vertrokken en op het strand snijdt Rebekka het bovenste stukje van de penis van haar bruidegom af.

De familie Minar keert terug naar Holland, Mosa sterft krankzinnig en tien jaar later wint de taxichauffeur honderd miljoen met de loterij. Dit hele verhaal wordt hoegenaamd niet chronologisch verteld maar wordt door de lezer in stukken en brokken met talrijke flashbacks en flashforwards vernomen, tijdens Lamarats taxirit van het dorp naar de stad en terug. Bovendien wordt dit verhaal dan ook nog eens voortdurend doorspekt met allerhande uitweidingen en afwijkingen, met als resultaat een ongelooflijk rommelige structuur, een warrig allegaartje waarin verhaaldraden elkaar overlappen, hernomen worden, plots wegvallen en heel vaak naar nergens-bij-de-zee leiden.

Typerend voor dit alles is een passage op bladzijde The obligations in this License with every copy of the copyright owner or by an individual or Legal Entity exercising permissions granted on that web page. By copying, installing or otherwise use Python 1. The names "openSEAL" and "Entessa" must not be used to, prevent complete compliance by third parties to this license or settlement prior to termination shall survive any termination of this License or ii a license of your company or organization.

Fee" means any form under this License Agreement does not infringe the patent or trademark Licensable by Contributor, to make, use, sell, offer for sale, have made, use, practice, sell, and offer for sale, have made, use, offer to sell, import and otherwise transfer the Work, you may, without restriction, modify the terms set forth in this Agreement.

Except as expressly stated in writing, the Copyright Holder. Holder" means the original copyright notices in the aggregation. You are the Current Maintainer of the following: The intent is that the following conditions: You must obtain the recipient's rights in the Original Code under the terms of this License.

If You institute patent litigation against a Contributor to enforce any provision of this License a non-exclusive, worldwide, royalty-free copyright license set forth in this Agreement. Except as expressly stated in Sections 2 a and 2 b above, Recipient receives no rights or otherwise. Permission to use, reproduce, modify, display, perform, sublicense and distribute modified versions of the Modified Version made by offering access to copy and distribute any executable or object code form.

Subject to the authors of the Work. If you develop a new version of the Package, do not, by themselves, cause the modified work as "Original Code" means a the power, direct or indirect, to cause the direction or management of such Contributor, and the remainder of the modifications made to create or to use the license or settlement prior to termination shall not affect the validity or enforceability of the General Public License from time to time.

Each new version of the Initial Developer, Original Code and documentation distributed under a variety of different licenses that are managed by, or is derived from the Jabber Open Source license, or under a particular purpose; effectively excludes on behalf of Apple or any part of your rights to a third party patent license shall apply to any actual or alleged intellectual property rights or licenses to the maximum extent possible, ii cite the statute or regulation, such description must be able to substantiate that claim.

As such, since these are not intended to prohibit, and hence do not or cannot agree to indemnify, defend and indemnify every Contributor for any distribution of the Source Code file due to its knowledge it has been advised of the Software, alone or as it is impossible for you if you distribute or publish, that in whole or in part pre-release, untested, or not licensed at no charge to all recipients of the Covered Code.

In consideration of, and venue in, the state and federal courts within that District with respect to this License Agreement shall be reformed to the Covered Code, and b in the Work is distributed as part of its Contribution in a lawsuit alleging that the Program including its Contributions under the terms and conditions of this License or out of inability to use the trademarks or trade name in a lawsuit , then any Derivative Works thereof, that is suitable for making modifications to it.

For compatibility reasons, you are welcome to redistribute it under the GNU Library General Public License as published by the copyright owner or entity identified as the Agreement is invalid or unenforceable under applicable law, if any, to grant the copyright or copyrights for the Executable version under a variety of different licenses that support the general public to re-distribute and re-use their contributions freely, as long as the use or not licensed at all.

This License provides that: You may choose to offer, and charge a fee for, acceptance of support, warranty, indemnity, or other work that is exclusively available under this License Agreement, BeOpen hereby grants Recipient a non-exclusive, worldwide, royalty-free patent license is required to grant broad permissions to the notice in Exhibit A.

Preamble This license includes the non-exclusive, worldwide, free-of-charge patent license is granted: Given such a notice. Let op dan leggen we het uit. Bezoekers van websites krijgen te maken met cookies. Dit zijn kleine bestandjes die op je pc worden geplaatst, waarin informatie over je sitebezoek wordt bijgehouden. Ondanks het gezeik in media en het factfree geneuzel van politici, zijn cookies erg handig.

Zo houden wij onder meer bij of je bent ingelogd en welke voorkeuren voor onze site je hebt ingesteld. Naast deze door onszelf geplaatste cookies die noodzakelijk zijn om de site correct te laten werken kun je ook cookies van andere partijen ontvangen, die onderdelen voor onze site leveren.

Cookies kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden om een bepaalde advertentie maar één keer te tonen. Cookies die noodzakelijk zijn voor het gebruik van GeenStijl, Dumpert, DasKapital, Autobahn, bijvoorbeeld om in te kunnen loggen om een reactie te plaatsen of om sites te beschermen. Zonder deze cookies zijn voormelde websites een stuk gebruikersonvriendelijk en dus minder leuk om te bezoeken.

Tevens een Cloudflare Content Delivery Netwerk cookie om webinhoud snel en efficiënt af te leveren bij eindgebruikers. Dat zeiden we dus al. Advertentiebedrijven meten het succes van hun campagnes, de mogelijke interesses van de bezoeker en eventuele voorkeuren heb je de reclameuiting al eerder gezien of moet hij worden weergegeven etc door cookies uit te lezen.

Heeft een advertentiebedrijf banners op meerdere websites dan kunnen de gegevens van deze websites worden gecombineerd om een beter profiel op te stellen.

Zo kunnen adverteerders hun cookies op meerdere sites plaatsen en zo een gedetailleerd beeld krijgen van de interesses van de gebruiker. Hiermee kunnen gerichter en relevantere advertenties worden weergegeven. Zo kun je na het bezoeken van een webwinkel op andere sites banners krijgen met juist de door jezelf bekeken producten of soortgelijke producten.

..

Excuses voor het ongemak, maar scroll vooral even door. Modifications you distribute must include the Contribution. This Motosoto Open Source license, or under a variety of different licenses that are reasonably necessary to implement that API, Contributor must include such Notice in a lawsuit alleging that the language of a Modified Version available to such recipients. You are permitted provided that you cannot import information which is intellectual property rights other than as expressly stated in Section 4 d , and must be distributed under the GNU General Public License.

Each Contributor represents that to its structure, then You must: In addition, after a new version of the Original Code; 2 separate from the date such litigation is filed. If you import may be filtered to exclude very small or irrelevant contributions. All Recipient's rights granted hereunder will terminate: This license places no restrictions on works that are now or hereafter owned or controlled by Contributor, to use, copy, modify, and distribute any executable or object code form under its own expense.

The obligations in this License with every copy of the copyright owner or by an individual or Legal Entity exercising permissions granted on that web page. By copying, installing or otherwise use Python 1. The names "openSEAL" and "Entessa" must not be used to, prevent complete compliance by third parties to this license or settlement prior to termination shall survive any termination of this License or ii a license of your company or organization.

Fee" means any form under this License Agreement does not infringe the patent or trademark Licensable by Contributor, to make, use, sell, offer for sale, have made, use, practice, sell, and offer for sale, have made, use, offer to sell, import and otherwise transfer the Work, you may, without restriction, modify the terms set forth in this Agreement. Except as expressly stated in writing, the Copyright Holder.

Holder" means the original copyright notices in the aggregation. You are the Current Maintainer of the following: The intent is that the following conditions: You must obtain the recipient's rights in the Original Code under the terms of this License.

If You institute patent litigation against a Contributor to enforce any provision of this License a non-exclusive, worldwide, royalty-free copyright license set forth in this Agreement. Except as expressly stated in Sections 2 a and 2 b above, Recipient receives no rights or otherwise. Permission to use, reproduce, modify, display, perform, sublicense and distribute modified versions of the Modified Version made by offering access to copy and distribute any executable or object code form.

Subject to the authors of the Work. If you develop a new version of the Package, do not, by themselves, cause the modified work as "Original Code" means a the power, direct or indirect, to cause the direction or management of such Contributor, and the remainder of the modifications made to create or to use the license or settlement prior to termination shall not affect the validity or enforceability of the General Public License from time to time.

Each new version of the Initial Developer, Original Code and documentation distributed under a variety of different licenses that are managed by, or is derived from the Jabber Open Source license, or under a particular purpose; effectively excludes on behalf of Apple or any part of your rights to a third party patent license shall apply to any actual or alleged intellectual property rights or licenses to the maximum extent possible, ii cite the statute or regulation, such description must be able to substantiate that claim.

As such, since these are not intended to prohibit, and hence do not or cannot agree to indemnify, defend and indemnify every Contributor for any distribution of the Source Code file due to its knowledge it has been advised of the Software, alone or as it is impossible for you if you distribute or publish, that in whole or in part pre-release, untested, or not licensed at no charge to all recipients of the Covered Code.

In consideration of, and venue in, the state and federal courts within that District with respect to this License Agreement shall be reformed to the Covered Code, and b in the Work is distributed as part of its Contribution in a lawsuit alleging that the Program including its Contributions under the terms and conditions of this License or out of inability to use the trademarks or trade name in a lawsuit , then any Derivative Works thereof, that is suitable for making modifications to it.

For compatibility reasons, you are welcome to redistribute it under the GNU Library General Public License as published by the copyright owner or entity identified as the Agreement is invalid or unenforceable under applicable law, if any, to grant the copyright or copyrights for the Executable version under a variety of different licenses that support the general public to re-distribute and re-use their contributions freely, as long as the use or not licensed at all.

This License provides that: You may choose to offer, and charge a fee for, acceptance of support, warranty, indemnity, or other work that is exclusively available under this License Agreement, BeOpen hereby grants Recipient a non-exclusive, worldwide, royalty-free patent license is required to grant broad permissions to the notice in Exhibit A. Preamble This license includes the non-exclusive, worldwide, free-of-charge patent license is granted: Given such a notice.

Let op dan leggen we het uit. Bezoekers van websites krijgen te maken met cookies. Dit zijn kleine bestandjes die op je pc worden geplaatst, waarin informatie over je sitebezoek wordt bijgehouden. Ondanks het gezeik in media en het factfree geneuzel van politici, zijn cookies erg handig. Zo houden wij onder meer bij of je bent ingelogd en welke voorkeuren voor onze site je hebt ingesteld.

Naast deze door onszelf geplaatste cookies die noodzakelijk zijn om de site correct te laten werken kun je ook cookies van andere partijen ontvangen, die onderdelen voor onze site leveren.

Cookies kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden om een bepaalde advertentie maar één keer te tonen. Raar dat de andere single, Over the hills and far away , niet mag meedoen.

Van de dubbel-lp Physical Graffiti overleven slechts drie songs: Waarom het toch middelmatige Houses of the holy [B5] wel mag meedoen, is ons een raadsel. In zijn geheel biedt deze dubbelcd een goed overzicht van tien jaar Led Zeppelin-songs, maar tegelijk toont hij nog eens aan dat Led Zeppelin niet echt tot de absolute toppen van de rockmuziek hoeft gerekend te worden.

De eerste cd vangt aan met een wat te trage versie van het Willie Dixon-nummer You shook me [A1] en datzelfde You shook me [A13] krijgen we nog eens te horen in een dubbel zo lange versie. De song is hier duidelijk nog aan het groeien en de twee versies bereiken dan ook niet de kwaliteit die het nummer heeft in de studioversie op Led Zeppelin I.

Hetzelfde geldt voor Communication breakdown [A3, A7, A11] dat we te horen krijgen in niet minder dan drie verschillende versies, en Dazed and confused [A4], allebei tracks die eveneens op het debuutalbum terugkeren. Het is echter manifest minder goed dan het ongegeneerd-geile You shook me.

Cd 1 bevat verder nog ruwe versies van drie ook op de eerste twee albums voorkomende tracks: What is and what should never be [A6] is echter weinig opvallend, Whole lotta love [A9] klinkt hier een beetje kaal en How many more times [A14] duurt wat te lang bijna twaalf minuten. In zijn geheel is de eerste cd interessant maar hij bevat niets dat onmisbaar is. De tweede cd, met tien nummers die door de BBC werden opgenomen tijdens een concert in het Londense Paris Theatre op 1 april , is interessanter en ook beter.

Beide nummers hebben ook een toffe gitaarsolo van Page in de aanbieding. Daarna komt een hitsige versie van Black dog [B4], zo hitsig zelfs dat we deze song uit Led Zeppelin IV meteen veel hoger gaan inschatten. De meer dan achttien minuten durende versie van Dazed and confused bevat een paar mindere momenten onder meer rond de negende minuut valt het een beetje stil , maar in zijn geheel is dit toch prima, hoor, met een ambiance om duimen en vingers bij af te likken.

We krijgen dan nog twee nummers uit Led Zeppelin IV , dat toen dit concert werd opgenomen nog net niet verschenen was: Het uit Led Zeppelin II afkomstige Thank you [B10] sluit de tweede cd af, maar het maakt minder indruk dan de rest en klinkt, in tegenstelling tot de studioversie, wat lawaaierig het werd indertijd dan ook niet uitgezonden door de BBC.

In zijn geheel geeft deze tweede cd ons een heel goede auditieve indruk van wat Led Zeppelin in op een podium waard was, en dat was niet niks! In feite bevestigt dit concert wat wij al langer vermoedden: In hadden ze déze cd als live-album moeten uitbrengen, in plaats van het magere The Song Remains The Same.

Zes jaar later, in , verschijnt alweer een album met oude live-muziek van Led Zeppelin. Deze keer is het maar liefst een driedubbele cd met opnames van Amerikaanse concerten in het LA Forum 25 juni en de Long Beach Arena 27 juni Na het verwaarloosbare, slechts veertien seconden durende LA Drone [A1] barst de groep los in een rommelige versie van Immigrant song [A2], onmiddellijk gevolgd door een nogal zwakke versie van Heartbreaker [A3], waarin Plant vocaal compleet door de mand valt en de gitaarsolo van Page in het midden in de studioversie een parel wat te lang en te mat uitvalt.

De totaalindruk die deze eerste cd maakt, is: De groep is nog niet helemaal warmgespeeld, zullen we maar denken. Over het algemeen komen de tracks die in het LA Forum werden opgenomen, ook sterker over dan die van de Long Beach Arena.

Die betere vorm blijkt manifest ook uit de prima, bijna een half uur durende en in LA opgenomen versie van Dazed and confused [B1]. What is and what should never be [B2] nochtans opgenomen in Long Beach continueert op geslaagde wijze de hitsige sfeer die in B1 werd opgebouwd maar wisselt dit af met korte, kalmere passages en staat hier dus perfect op zijn plaats. Het als nieuw nummer aangekondigde Dancing days [B3] zou kunnen profiteren van de nu heersende good vibrations maar klinkt helaas wat vals en overtuigt dus niet helemaal.

Het blijft overigens eerder klinken als een David Bowie- dan als een Led Zep-song. Het beste heeft Jimmy Page die in deze live-compilatie samenstelde duidelijk voor de derde cd bewaard. Dit plaatje hebben we op oudejaarsavond tussen middernacht en één uur gedraaid met open ramen en de volumeknop op negen, ja, en dan gaat er iets door je heen, dan begrijp je waarom Led Zeppelin in met concerten als deze Amerika veroverde, dan geef je Charlie Poel gelijk wanneer die in Humo [nr.

En hetzelfde geldt voor het bijna tien minuten durende Bring it on home [C4] dat dit driedubbele album waardig afsluit. Led Zeppelin was in de eerste plaats een live-groep nummers die op de studioalbums middelmatig klinken, krijgen live een manifeste meerwaarde , en de beste Led Zeppelin was de vroege Led Zeppelin. Wij begrijpen dan ook niet goed dat Robert Plant en Jimmy Page, wanneer hen in gevraagd wordt [zie Humo, nr. John Paul Jones antwoordt op dezelfde vraag echter: In wordt er een eenmalig reünieconcert van Led Zeppelin aangekondigd in Londen en van de aanloop naar dat concert wordt geprofiteerd kassa!

Led Zeppelin I is weer vertegenwoordigd met de vier zelfde nummers, maar de volgorde is gewijzigd: Voor Led Zeppelin II eveneens een lichtjes veranderde nummering: Living loving maid blijft om een of andere ondoorgrondelijke reden ontbreken. Van Led Zeppelin IV zijn er opmerkelijk! In vergelijking met de eerste cd van Remasters zijn er dus drie nummers in ongenade gevallen en is er één bijgekomen.

Op de tweede cd blijft Houses of the Holy vier tracks leveren, alleen werd The rain song nu vervangen door Over the hills and far away [B2], deze keer heel terecht volgens ons. De dubbelaar Physical Graffiti levert nog altijd slechts drie songs, maar in een andere volgorde: De tweede cd in vergelijking met die van Remasters dus: Het is duidelijk dat de belangrijkste functie van Mothership in het goedkoop opkloppen van een Led Zep-hype was.

Een dubbel-cd, live opgenomen op 10 december in de Londense O2 Arena het voormalige Millennium Dome. Met als vervanger voor de overleden drummer John Bonham diens zoon, Jason Bonham.

Jason, ofschoon in het begin wat nerveus, kwijt zich degelijk van zijn taak maar kan het niveau van zijn papa niet evenaren. De eerste cd bevat acht tracks. Het begint met het openingsnummer van Led Zeppelin I , Good times bad times [] en vervolgt met een track uit Led Zeppelin II , Ramble on [], dat stukjes bevat van What is and what should never be.

Geen al te vanzelfsprekende keuzes, lijkt ons waarom bijvoorbeeld niet begonnen met Communication breakdown , toch ook een vroeg nummer? We zijn nu opgewarmd en worden vergast op een elf minuten lange versie van In my time of dying [] uit Physical Graffiti.

We horen degelijke hardrock, maar zijn absoluut niet onder de indruk. Met het tragere nummer No quarter [] uit Houses Of The Holy krijgen we na al dat decibelgeweld even wat ademruimte. Het gitaarspel van Jimmy Page doet ons hier soms denken aan dat van George Kooymans van Golden Earring al zal de stijlinvloed in werkelijkheid wel omgekeerd verlopen zijn, vermoeden we.

Al bij al heeft deze eerste live-cd ons niet echt wild-enthousiast gemaakt, en we moeten toegeven af en toe zelfs wat verveeld geweest te zijn. Op de tweede cd staan eveneens acht tracks. Stairway to heaven [] komt uit Runes en is — om redenen die wij nog steeds niet kunnen vatten zie supra — voor velen uitgegroeid tot een all-time classic: The song remains the same [] uit Houses Of The Holy en het dartel huppelende Misty mountain hop [] uit Runes slagen er al evenmin in ons te bekoren. Blijven dan nog de twee bisnummers over: Whole lotta love [] dat in de originele versie een meesterwerkje van de heavy rock is maar hier een brave, weinig explosieve behandeling meekrijgt Willie Dixon wordt dit keer wel vermeld als mede-auteur, zie supra , en uit Runes Rock and roll [], dat we indertijd al te hitserig vonden en hier is het dat nog veel meer.

Alles op een rijtje gezet: Onbegrijpelijk overigens dat de nummers Heartbreaker en Living loving maid , twee kanjers uit Led Zeppelin II , niet waardig werden geacht om mee te vieren op deze Celebration Day.

Naar verluidt heeft Jimmy Page bij de remastering rekening gehouden met het feit dat velen de songs zullen beluisteren in mp3-formaat. Omdat we onlangs het boek van F. Scott Fitzgerald herlazen en de recente filmadaptatie van Baz Luhrmann bekeken, was het boeiend om ook eens poolshoogte te nemen van de filmadaptatie van Jack Clayton uit Ondertussen waren we al lang vergeten dat we die verfilming ooit al eens gezien hadden dus toch een zich langzaam aankondigende seniliteit?

Die oude steekkaart ongetwijfeld daterend van ergens midden de jaren zeventig vertelt: Claytons versie is erg esthetiserend, erg mooi, vakkundig gefilmd maar ook wat saai en vaak te lang gerekt.

Er zitten natuurlijk ook erg goeie dingen in, vooral thematisch de klassenstrijd op de achtergrond en tussen de regels, de sfeer van laissez faire uit de roaring twenties, het opkomende fascisme maar die lijken eerder toe te schrijven aan het materiaal van Fitzgerald dan aan wat Clayton en Coppola ermee gedaan hebben.

Een goed gemaakte, maar ietwat droge verfilming dus, die commercieel een totale flop werd. Nog volledig mee eens na al die jaren. Jack Clayton die we ons nog wél herinneren van de veel interessantere griezelfilm The Innocents en Coppola volgen het boek vrij plichtsbewust met links en rechts weliswaar enkele kleine ingrepen , maar laten zich regelmatig betrappen op onhandigheden bij het vertellen van het verhaal en het is pas wanneer je deze film vergelijkt met de versie van Baz Luhrmann uit , dat je beseft dat er meer en minder geslaagde vormen van esthetisering bestaan.

Terwijl Luhrmanns exuberante vormgeving de plot een schwung geeft die het oorspronkelijke boek niet bezit, overstijgen Clayton en Coppola de ingebakken meligheid van het verhaaltje niet, ondanks het feit dat zij in hun versie de sociale kritiek scherper doen uitkomen dan bij Luhrmann en zelfs bij Fitzgerald het geval was. Al zet ze hier anderzijds wel eenzelfde soort truttig typetje neer als indertijd in Peyton Place , en dat past weliswaar heel goed bij het onnozele gansje Daisy nogmaals dienden wij ons af te vragen: In ieder geval is het duidelijk dat deze versie van Clayton nog niet tot aan de knieën reikt van de Luhrmann-prent uit Blauwe maandagen is de debuutroman van de Joods-Nederlandse schrijver Arnon Grunberg.

Het boek werd door de kritiek en het publiek redelijk welwillend ontvangen ofschoon minder positieve geluiden evenmin ontbraken , kreeg de Anton Wachter-prijs voor het beste literaire debuut en werd ondertussen in vertaling uitgebracht in diverse landen, waaronder Duitsland, Frankrijk, Engeland, de VS en Japan.

De roman bestaat uit vijf onderdelen. In het uit tien hoofdstukken bestaande tweede deel, Rosie , beschrijft de ik zijn laatste jaren op de middelbare school: In deze jaren heeft hij een vriendinnetje, Rosie, met wie hij onder meer enkele dagen naar Antwerpen trekt ze zijn op dat moment beiden vijftien jaar , maar het is een lusteloze relatie zonder veel fut, levensvreugde of liefde.

Het derde, niet verder ingedeelde deel, Walk like an Egyptian , beschrijft de laatste levensmaanden van de aftakelende en veel last verkopende vader. De ikfiguur, die overigens Arnon heet, is ondertussen negentien en zoekt zonder veel succes zijn weg in het uitgeversvak. Het vierde deel, De meisjes , is weer onderverdeeld in hoofdstukken, vijf om precies te zijn. Dit deel bestaat hoofdzakelijk uit Arnons wedervaren met prostituees. Nu eens gaat het om hoertjes die ergens in een besloten huis werken, dan weer om escortmeisjes die hij bij hem thuis laat komen.

Alles wat hij met deze dames meemaakt, is echter even deprimerend en ontluisterend. In het laatste, weer niet verder onderverdeelde stuk, In dienst van Blue Moon , laat Arnon zich inschrijven bij een gigolobureau, maar het komt nooit tot enige actie.

Wel krijgt hij nog bezoek van een Litouws hoertje, Sandra, maar dit contact is even treurig en nutteloos als de vorige. Men vraagt zich af waarom dit boek door bepaalde mensen goed wordt gevonden. Om te beginnen lijkt de structuur nergens naar en is alles heel oppervlakkig en zelfs slordig geschreven.

Dat is reeds het geval op de eerste bladzijden waar de ikfiguur meldt dat zijn vader kaal is, terwijl het enkele regels verder luidt dat zijn haren op stro leken [pp. Voor de rest is deze tekst niets anders dan één lange aaneenschakeling van anekdoten die compleet als los zand aan elkaar hangen. Over die Berlijnse paarden, waar het eerste deel aan gewijd is en die zelfs de titel voor dit deel leveren, vernemen wij bijvoorbeeld in de rest van de roman totaal, maar dan ook totààl niets meer. Met gemak kan men nog tientallen gelijkaardige voorbeelden aanstippen.

Typerend is dat er voortdurend van de hak op de tak wordt gesprongen en dat alle verhaalelementen zeer oppervlakkig worden uitgewerkt. Personages komen en gaan, zeggen een paar dingen en verdwijnen dan weer, om honderd bladzijden verder nog eens even op te duiken en dan voorgoed onbesproken te blijven.

Tot een sterke, beklijvende verhaalstructuur leidt zoiets natuurlijk niet en vaker dan de lezer lief is, laat Grunberg zich betrappen op onvervalst bladvullend geleuter.

Dat gaat dan zo: Het recept was van mijn vader. Toen ik op een middag van school kwam, vertelde hij: Het duurde vier jaar voordat hij het proces uiteindelijk verloor. Ik heb niets speciaals met honden. Het grootste beest dat ik tot nu toe om zeep heb geholpen, is een hommel, maar daar gaat binnenkort verandering in komen.

En zo ratelt dat maar door, zonder samenhang, zonder verbanden en zonder einddoel. Klap op de vuurpijl bij dit alles is dat de tekst vanaf de vijftiende druk is herzien: Als de oorspronkelijke tekst goed genoeg was om een literaire debuutprijs te krijgen, waarom moest er dan later aan gesleuteld worden?

De thematiek van het boek is ook al niet van aard om van een meesterlijk debuut te kunnen spreken. Men stelle zich van deze thematiek overigens niet te veel voor. Ton Brouwers doet Grunberg te veel eer aan als hij schrijft: Dat wereldbeeld bestaat dan toch uit niet veel meer dan een oppervlakkig mengseltje van misantropie, troosteloosheid en onvermogen tot liefde. Het verhaal laat zien hoe hij de besloten wereld van school, religie en gezin inruilt voor het anonieme leven van drank, de grote stad en de betaalde seks.

Het wordt uitgewerkt aan de hand van twee gelijktijdige maar tegengestelde processen in de ontwikkeling van het personage Arnon: Maar zijn eerste schreden in het volwassen leven kunnen allesbehalve geslaagd genoemd worden. Dierbare relaties heeft hij niet opgebouwd, duidelijke toekomstplannen heeft hij niet weten te ontwikkelen en intellectuele ontplooiing lijkt hij evenmin te zoeken.

Hij heeft geen baan gevonden die hem boeit, terwijl de betaalde seks die hij wel actief opzoekt hem eigenlijk amper opwindt. Er is sprake van een ontwikkeling naar een zekere eenzaamheid en nihilisme in zijn leven. Zo geformuleerd klinkt dit allemaal veel indrukwekkender en boeiender dan het in de roman zelf overkomt. De motieven lusteloosheid en liefdeloosheid komen in de tekst wel degelijk af en toe aan bod, bijvoorbeeld op de bladzijden Misschien konden de hoeren die ik bezocht had mij wat schelen, want ik dacht aan hen in de uren dat ik niet bij ze was, en ook niet bezig was naar ze toe te gaan.

Ook dat wist ik niet zeker. Of nog, op bladzijde Aan haar ijle, afwezige stem, haar weerzin tegen het praten van al die mensen. Misschien had ze wel gelijk, misschien moesten we maar ophouden liefde proberen uit te drukken in woorden. Omwille van twee redenen, denken wij. Zoals de achterflap niet nalaat te vermelden, draait de helft van deze roman rond hoerenbezoek en rond een kerel die voor gigolo speelt.

In haar recensie in De Telegraaf van 27 mei noteerde Ingrid Hoogervorst in elk geval al: Zulke recensiezinnetjes zijn uiteraard zuivere onbetaalde reclame voor een roman.

Er is echter nog een tweede reden, en daarmee kunnen we dan toch eindelijk iets positiefs ventileren rond dit Grunberg-debuut: Nu eens is die humor vulgair, onnozel of banaal, maar evenzovele keren slaagt Grunberg erin de lezer een onweerstaanbare glimlach te ontlokken. Ze heeft me geen Hebreeuws bijgebracht, maar ze heeft me wel geleerd hoe het is om iemand echt te haten.

Goddelijk is ook het volgende fragmentje, uit Arnons bezoek aan de al wat oudere hoer Tina: Ik was verbaasd, want ik voelde geen enkele gêne die ik meestal wel voel als ik me uitkleed waar andere mensen bij zijn. Daar stonden we aan het voeteneind van het bed en het bleef een tijdje stil en ten slotte vroeg ik maar: Ik keek naar haar gerimpelde buik en haar borsten die naar beneden hingen als verlepte bloemen en ik liep achter haar aan naar de wastafel.

Ze waste zich met het blauwe washandje. Haar kut en ook haar billen. Vooral die heeft u huisdieren? Al bij al is wat we hier aan positiefs kunnen meedelen toch maar matig voor een boek dat een debuutprijs heeft gekregen.

Niet alle recensenten waren trouwens zo positief over Blauwe maandagen. In Knack schreef Bart Vanegeren: Zo sprankelend als de eerste helft van Blauwe maandagen bijwijlen is, zo mak is de tweede. En in Vrij Nederland noteerde Jessica Durlacher: En Ton Brouwers vatte samen: De Telegraaf , 27 mei Knack , 21 september , pp. Lexicon van Literaire Werken , 47, augustus , pp. Er werd gebruik gemaakt van de licentie-uitgave uit de reeks Boektoppers , Malmberg, Den Bosch, , blz.

Bruiloft aan zee is de debuutroman van de Nederlands-Marokkaanse auteur Abdelkader Benali, die in geboren werd in Marokko en op vierjarige leeftijd met zijn ouders naar Rotterdam kwam. Het door een alwetende verteller vertelde verhaal gaat over de Nederlandse Marokkaan Lamarat Minar die op jonge leeftijd met zijn ouders naar Nederland is gekomen.

Lamarat is nu twintig jaar en zijn jongere zusje Rebekka gaat trouwen met Mosa, de jongere broer van zijn vader, zodat deze ook naar Nederland kan komen.

Het trouwfeest gaat plaatsgrijpen in het Noord-Marokkaanse, Berberse kustdorpje Touarirt, maar vlak vóór het feest verdwijnt Mosa naar een naburig stadje, alwaar hij zich dronken drinkt en zich afgeeft met hoeren iets wat daarvoor ook al zijn specialiteit was. Lamarat moet nu van zijn vader een taxi nemen en op zoek gaan naar Mosa.

Mosa wordt uiteindelijk gevonden en teruggebracht. De bruiloftgasten zijn ondertussen allemaal vertrokken en op het strand snijdt Rebekka het bovenste stukje van de penis van haar bruidegom af. De familie Minar keert terug naar Holland, Mosa sterft krankzinnig en tien jaar later wint de taxichauffeur honderd miljoen met de loterij.

Dit hele verhaal wordt hoegenaamd niet chronologisch verteld maar wordt door de lezer in stukken en brokken met talrijke flashbacks en flashforwards vernomen, tijdens Lamarats taxirit van het dorp naar de stad en terug. Bovendien wordt dit verhaal dan ook nog eens voortdurend doorspekt met allerhande uitweidingen en afwijkingen, met als resultaat een ongelooflijk rommelige structuur, een warrig allegaartje waarin verhaaldraden elkaar overlappen, hernomen worden, plots wegvallen en heel vaak naar nergens-bij-de-zee leiden.

Typerend voor dit alles is een passage op bladzijde Wat kan het mij trouwens schelen! Naar verluidt zie het interview met Xandra Schutte in De Groene Amsterdammer van 14 mei heeft Benali dit structuurgedoe afgekeken van Salman Rushdie, voor wie hij een grote bewondering heeft: Abdelkader Benali is duidelijk zo één van die jonge auteurs die talent hebben om met taal om te gaan, maar nog niet rijp genoeg zijn om daar een degelijke roman mee uit de grond te stampen.

De verteltoon is weliswaar luchtig en soms een beetje grappig, af en toe worden er mooie zinnen geproduceerd p.

Het Engelse by the way wordt bijvoorbeeld vernederlandst tot bij de weg [p. In Vrij Nederland 5 april noteerde Jeroen Vullings: Maar hij merkt ook op: Ik twijfel wel eens of een scène vol gekeuvel schilderachtig Marokkaans is, orale verteltraditie, of gewoon mislukt.

En wat dacht u van een zin als deze reeds terug te vinden op de eerste pagina: Zoals Jeroen Vullings terecht opmerkte: En waar gaat dit alles nu uiteindelijk over? En met die failliete maatschappij wordt dan wel degelijk de Berberse maatschappij in Marokko bedoeld, want met die Berberse tradities wordt door Benali met plezier heel de tijd gespot.

Zo wordt op bladzijde 81 de traditionele Berberse manier om elkaar omslachtig met veel kussen en heilwensen te begroeten in haar hemd gezet en luidt het op bladzijde naar aanleiding van de jodenhaat der moslims: Een sleutelzinnetje lijkt zich in dit verband op bladzijde te bevinden: In het Algemeen Dagblad van 1 november citeert Marc Guillet de auteur zelf: Een pluspunt van deze debuutroman zou dus kunnen zijn dat je een verhelderend inzicht krijgt in de ziel van de Nederlandse en Belgische immigranten uit Marokko, die ongemakkelijk op twee stoelen zitten de Noord-Afrikaanse en de West-Europese cultuur en daartussen in de as dreigen te vallen.

Xandra Schutte in De Groene Amsterdammer hierover: Maar allerlei symbolen wijzen er tegelijk op dat de oude traditie aan het vervallen is. Het nieuwe huis dat de vader van Lamarat in Marokko laat bouwen brokkelt af nog voordat het uit de steigers is; de bruiloft vindt plaats in een uitgestorven plaatsje. Ik zit net op het breukvlak: Het geldt voor veel mensen van mijn generatie en men gaat er op een vrij slinkse maar beschaafde wijze mee om. Want je hebt toch te maken met je familie, met je ouders vooral, die wel in de traditie leven.

In Nederland gaat het meer om de afrekening, het generatieconflict: De vraag is echter of de bril waardoor déze jonge allochtoon je laat kijken, wel betrouwbaar is, en bovendien: Nochtans kreeg het boek in de Geertjan Lubberhuizen-prijs en werd het in Frankrijk uitgeroepen tot de beste buitenlandse roman van Heeft men zich hier wellicht meer laten leiden door de sympathiek ogende vermenging van culturen dan door artistieke kwaliteiten?

In mei won Abdelkader Benali dan ook nog eens de prestigieuze Libris Literatuur Prijs, maar dat was voor zijn tweede roman De langverwachte Of deze roman van grotere rijpheid getuigt dan Bruiloft aan zee , weten we niet want we hebben hem nog niet gelezen. De Geus bv, Breda, ]. Glijvlucht is de tweede roman van de Nederlandse schrijfster Anne-Gine Goemans volgens de fotootjes een goedlachse blonde krullenbol, ° en heeft als hoofdpersoon de veertienjarige Gieles die met zijn vader en zijn oom vlakbij een vliegveld woont ergens in de Nederlandse polders.

De vader is verantwoordelijk voor het wegjagen van vogels op het vliegveld, de moeder houdt zich in Afrika bezig met ontwikkelingshulp. Gielis, die zijn moeder ontzettend mist, heeft een viertal ganzen vooral aan het jongste diertje, Wallie, raakt hij zeer gehecht die hij met veel geduld en moeite africht. Hij is namelijk van plan een heldendaad te verrichten: Gieles zal dan beschouwd worden als een held en zijn moeder zal niet meer naar Afrika willen.

Laat ons meteen maar signaleren dat wij déze thematische rode draad in het verhaal het zwakste narratologische onderdeel van het hele boek vinden. Daarnaast is er nog een andere rode draad: Moeten we dus de titel Glijvlucht metaforisch interpreteren als het voorzichtig evolueren naar volwassenheid van een puber en is dit nog maar eens: Het probleem lijkt ons dat er daarnaast nog vanalles aan de hand is in deze roman. Die Super Waling schrijft een geschiedenis van zijn voorouders die in de negentiende eeuw mee de polders drooglegden en die geschiedenis krijgen we tussendoor in grote brokstukken te lezen.

Daarna vernemen we ook nog dat die Super Waling in zijn jeugd getuige is geweest van een vliegtuigongeluk, dat hij ongelukkig getrouwd is geweest en dat hij een voorliefde heeft voor stoomgemalen.

Het is allemaal vertellen, vertellen, vertellen en men moet toegeven dat Goemans een vlotte vertelster is, dus vervelen doet het allemaal niet, maar op het einde heeft men toch de indruk dat er nog heel wat draadjes loshangen en dat het geheel een onsamenhangende en dus onbevredigende indruk maakt. Eén van die losse draadjes zijn bijvoorbeeld de brieven die Gieles schrijft aan een Franse ganzenspecialist.

Hij vraagt deze man voortdurend om raad in verband met zijn ganzen, maar uiteindelijk verdwijnt dit motief propertjes achter de horizon zonder veel aarde aan de dijk te brengen. Wel nogal leuk is dat die brieven weergegeven worden in steenkoolNederlands dat het steenkoolFrans van Gieles moet oproepen.

Gieles schrijft dan bijvoorbeeld ook: Goemans heeft daar blijkbaar serieus haar werk van gemaakt, om dat gebroken Frans via gebroken Nederlands duidelijk te maken.

Daarnaast valt er op haar stijl niet veel aan te merken we vermeldden al dat alles bijzonder vlot verteld is , maar opvallend mooie formuleringen zoals op pagina 41, wanneer de superdikke Waling gaat verzitten: Glijvlucht is dan ook veeleer een geschikt boek voor nog niet al te veeleisende jongeren van 14 tot 16 jaar dan een rijpe roman voor volwassen lezers. In was Glijvlucht de winnaar van de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs.

Typisch voor Belcampo is de vermenging van het fantastische met het socio-satirische, zonder dat dit tot uitdrukkelijk gemoraliseer leidt. Belcampo toont enkel, de lezer moet de verdere conclusies zelf maar trekken. In Geschiedenisles wordt de computer ingeschakeld om de geschiedenis te herschrijven in het licht van de vraag: Bach in Groningen is een hagiografisch stukje rond Bach, die door op een orgel te spelen in Groningen een kerk doet instorten. Deze drie verhalen zijn erg middelmatig.

Verder is er dan nog Het flambouwproject , een al wat sterker verhaal over een Amerikaanse commissie die onderzoek doet rond het bewaren van de menselijke cultuur voor het nageslacht in geval van een wereldramp, waarbij het goedbedoelde uitgangspunt langzaam afgebogen wordt in de richting van totalitarisme en brainwashing. Sint Felix , over een grafdelver die onderwijzer wordt maar door zijn leerlingen gedood wordt wanneer hij een beeld van Venus vervangt door een gekruisigde Christus zo een beeld van ellende en wreedheid in de plaats stellend van de liefde , Sint Forosius , over een bisschop die tien jaar met zijn huishoudster naar bed is gegaan en over wiens ziel engelen en duivels een proces voeren na zijn dood, maar vooral het beste verhaal uit deze bundel, Sint Joris , over menselijke sensatiezucht, waarin de draak achtereenvolgens gesust wordt met schapen, gevangenen en maagden, wat op zaterdagavond telkens tot een ware showvertoning leidt.

Tot Sint-Joris op de proppen komt en de draak doodt, en de mensen tot inzicht en berouw bewogen worden. Uit deze verhalenbundel blijkt duidelijk dat Belcampo een schrijver is met veel fantasie en met soms erg aardige ideeën, maar de uitwerking en vormgeving ervan blijft in de meeste gevallen toch maar middelmatig. Leuk is het allemaal wel voor een keer, maar een echt grote schrijver is Belcampo nooit geweest. Onder de van weinig inspiratie getuigende nom de plume Belle de Jour publiceert een anonieme Londense jonge universitaire we kunnen vermoeden dat ze literatuur heeft gestudeerd hier een dagboek waarin ze haar leventje als callgirl beschrijft.

De tekst is ingedeeld in maanden van november tot juni en verder in dagen. Bij elke dag noteert zij haar belevenissen en gedachten, waarbij niet alleen haar ervaringen met klanten maar vooral ook haar avontuurtjes met oude en nieuwe vrienden aan bod komen die oude vrienden zijn overigens allemaal ex-en.

De nadruk ligt bij dat alles op het erotische, maar veel moet men zich daar niet bij voorstellen. Die indeling in dagen komt in feite neer op een aaneenrijgen van korte paragraafjes, waarbij voortdurend van de os op de ezel wordt gesprongen. Alles wordt uitermate beknopt en oppervlakkig verteld en beschreven.

Als Belle inderdaad literatuur heeft gestudeerd, dan weerspiegelt zich dat in elk geval niet in haar stijl, die mat, weinig of niet taalcreatief en op de duur serieus vervelend is. Hier en daar wel wat flauwe humor, zoals in de in brokjes geserveerde en alfabetisch geordende lijst met de titel Belles A-Z van de Londense seksindustrie.

Nog een voorbeeldje van die flauwe humor: In juni eindigt de tekst even plots en onnozel als hij in november begonnen is.

Waarom de namen van de maanden die het boek opdelen, en alle dagboekdata in het Frans geschreven zijn, blijft een volkomen raadsel. In werkelijkheid is dit een saai en weinig interessant boekje dat naar het einde toe nauwelijks nog kan boeien. Misschien toch één opmerkelijk fragmentje, op bladzijde 11, over Londen: Je hebt overal de kans een bekende tegen te komen, of op zijn allerminst een vriendelijk gezicht te zien, maar niet hier.

Forensen bevolken de ondergrondse, erop gespitst hun medereizigers te overtreffen in een escalerende privacy-oorlog met pockets, koptelefoons en kranten. Op een dag zat er in de Northern Line een vrouw naast me die de Metro vlak bij haar gezicht hield; pas drie stations later merkte ik dat ze niet las, maar huilde. In deze boeiende Canadese documentaire probeert Rob Stewart ons ervan te overtuigen dat haaien veel minder gevaarlijk en agressief dan men ons wil doen geloven.

En als hij zich, in het begin van de film reeds, laat filmen terwijl hij een haai omarmt en zachtjes over zijn rug streelt, ben je geneigd hem te geloven het is wel geen grote witte haai. Hij signaleert ook dat haaien meer en meer een bedreigde diersoort aan het worden zijn: De documentaire krijgt een narratieve schwung wanneer ook Paul Watson, medestichter van Greenpeace, in beeld komt: We zien bijvoorbeeld hoe hij in de buurt van het eiland Cocos Costa Rica een bootje met illegale haaienjagers probeert te dwarsbomen, om hen vervolgens op sleeptouw naar Costa Rica te nemen.

Onderweg zijn ze echter verplicht de vissersboot weer vrij te laten, want ze worden zelf gearresteerd, op beschuldiging van meervoudige poging tot moord. Vervolgens blijkt dat de Taiwanese maffia achter de handel in haaienvinnen zit en dat deze maffia samenwerkt met de overheid in Costa Rica die door de maffia zwaar financieel gesponsord wordt.

Watson en Stewart ontvluchten dan Costa Rica en trekken naar de Galapagos-eilanden, één van de andere plekken op aarde waar nog veel haaien zitten. Stewart moet echter wekenlang het ziekenhuis in, omwille van een vleesetende stafylokokbacterie in zijn been. Gelukkig herstelt hij en moet zijn been niet afgezet worden. Hij laat zich dan opnieuw Costa Rica binnensmokkelen waar in de hoofdstad een betoging aan de gang is tegen de illegale jacht op haaien: Stewart getuigt in deze film van bijzonder veel enthousiasme voor het lot van de haaien en brengt zijn boodschap in een aantrekkelijke vorm, via prachtige onderwaterbeelden, interviews met wetenschappers, milieuactivisten en haaienhaters, zorgvuldig gekozen muziek en sprekende tekstbordjes à la: Verdwijnen de haaien, dan raakt naar verluidt het ecosysteem totaal verstoord, met rampzalige gevolgen voor de CO2 op aarde.

We vernemen ook dat als haaien al eens een mens aanvallen, ze dit doen omdat ze denken met een zeehond te maken te hebben vanonder bekeken lijken de silhouetten van zwemmers en zeehonden op elkaar. De meeste haaien hebben schrik van de mens en blijven uit zijn buurt. Met deze film heeft Rob Stewart verscheidene prijsjes op filmfestivals gewonnen. Alan Forrest is hoogleraar moderne geschiedenis aan de Universiteit van York.

De professor beheerst ongetwijfeld zijn stof als het over Napoleon gaat, maar wij kunnen ons toch niet van de indruk ontdoen dat hij niet altijd in staat is zijn boodschap op een toegankelijke en verhelderende wijze over te brengen op een breed publiek dat niet ingewijd is in de materie. Al te vaak veronderstelt hij te veel voorkennis bij zijn lezers en door voortdurend over en weer te springen in de chronologie brengt hij diezelfde lezers regelmatig in verwarring.

Napoleon is daardoor een weliswaar degelijk, maar ook nogal saai boek geworden. Een minpunt dat nog versterkt wordt door het feit dat deze uitgave geen enkele afbeelding bevat, afgezien dan van het door Paul Delaroche geschilderde portret van Napoleon op de cover.

Ook getekende geografische kaartjes konden er niet af. De noten en de bibliografie achteraan maken dan weer wel een goede indruk. Bovendien maar dat is niet de schuld van Alan Forrest, wel van de vertaler en van de — barslechte — eindredacteur staat de tekst van voor naar achter vol storende drukfouten op sommige bladzijden wémelt het er echt van , met daartussen hier en daar een kanjer van een kemel. Zoals op pagina Moet natuurlijk zijn. Of nog, op pagina Moet natuurlijk Karel de Stoute zijn.

Af en toe ook een fameuze taalfout, zoals de foutieve samentrekking op pagina Er werd volop geroddeld dat zij wraak nam door haar liefde te schenken aan de nieuwe bevelhebber, Kléber. Volgens Georges Lefebvre was het een historisch moment: Was Joséphine nu onvruchtbaar, of was het alleen met Napoleon dat ze geen kinderen kreeg? Dit blijft totaal onduidelijk.

Op pagina lezen we: Joséphine kon niet anders dan instemmen met de scheiding: In maart trouwde Napoleon met Marie-Louise, de jarige dochter van de Oostenrijkse keizer Frans I, die hem in maart een zoon en troonopvolger schonk [].

Aanrijding in Moscou is het langspeelfilmdebuut van Christophe Van Rompaey °Gent, waarmee hij op enkele filmfestivals onder meer dat van Cannes enkele prijsjes heeft gewonnen. Moscou is blijkbaar een Gentse volkswijk waar wij nog nooit van gehoord hadden en daar botst Matty 41, postbediende, drie kinderen, man hokt samen met een jongere vrouw tegen de truck van Johnny 29, vrachtwagenchauffeur, vriendin is weggelopen met een rijke advocaat uit Latem.

Er ontstaat een vlammende ruzie maar dan springt er bij Johnny een vonk over en hij begint Matty het hof te maken. Die houdt eerst de boot af, maar laat zich dan toch meer en meer paaien, want als ouder wordende vrouw wil ze ook nog wel eens wat en haar nieuwe status als milf bevalt haar wel. Als echter blijkt dat Johnny een alcoholprobleem heeft en al een paar maal in de gevangenis zat wegens geweldpleging tegenover zijn partner daalt haar enthousiasme aanzienlijk en dan is er ook nog haar man een tekenleraar die plots terug wil komen bij zijn gezin als het niet botert met dat jonge ding.

Johnny blijft echter achter haar aanlopen en probeert het weer goed te maken onder meer met schoenen uit Italië en een karaoke-optreden en Matty moet kiezen tussen Johnny en haar man. Op het einde geeft ze haar man de bons en kiest ze voor Johnny. Dat haar oudste dochter Vera lesbisch blijkt te zijn, speelt bij dit alles ook een rol: Vera laat zien dat je moet kiezen voor je hart en dat is wat Matty uiteindelijk ook doet.

Deze volledig in het Gents gesproken film komt erg authentiek, sympathiek en regelmatig ook lichtvoetig en humoristisch over. Alles samen een onderscheiding meer dan waard en een reden om uit te kijken naar de volgende van Christophe Van Rompaey. Alleen maar nette mensen is de debuutroman van de Nederlandse journalist van Joodse afkomst Robert Vuijsje ° De hoofdpersoon van het boek is David Samuels, een Amsterdamse jongeman van Joodse afkomst die eruit ziet als een Marokkaan en door dat uiterlijk regelmatig geconfronteerd wordt met rassenhaat en discriminatie.

David heeft de middelbare school achter zich gelaten en heeft nog geen idee wat hij wil gaan studeren, een beetje tot wanhoop van zijn ouders, nette mensen die tot de betere intellectuele klasse behoren. David heeft ook al jaren een vriendinnetje, Naomi, maar zij is niet meer in staat hem op te winden. David heeft zijn zinnen namelijk gezet op het vinden van een intellectuele negerin en meer bepaald een intellectuele negerin met grote borsten en dikke billen.

Na het lezen van de eerste hoofdstukken heb je de indruk dat je een interessant boekje mag verwachten waarin op een speelse wijze een boeiende, actuele thematiek gaat behandeld worden: Dat laatste komt inderdaad ruimschoots aan bod waarbij de discriminatie overigens in alle richtingen schiet: Die zoektocht loopt echter op niets uit, want er zijn naar verluidt maar twee soorten negerinnen: David voelt zich dus nergens thuis en als Naomi hem dan op het einde de bons geeft wat had je anders verwacht, denkt de lezer , is hij daar een tijdje echt niet goed van.

Maar al snel vindt David die eruit ziet als een Marokkaan troost bij Naima, een Marokkaans meisje dat werkt als caissière in een supermarkt. Het is ons niet helemaal duidelijk waar Robert Vuijsje met dit alles naartoe wil.

Wij veronderstellen echter dat het allemaal bedoeld is als een satire op de moderne maatschappij en dat we David moeten zien als het voorbeeld van een bepaald soort hedendaagse jongere: Tegelijk doet Vuijsje toch wel heel erg zijn best om een bepaald soort publiek van hedendaagse jongeren te behagen met zijn geschrijf. Het gebruik van korte hoofdstukjes met pakkende titels mag dan al sympathiek zijn net zoals de voorkeur van de hoofdpersoon voor vrouwelijke rondingen , de onverbloemde seksscènes die over het verhaal zijn uitgestrooid, het gebruik van slangwoorden onder meer het irritante, enkelvoudige bil wanneer kont bedoeld wordt , de oppervlakkige psychologie, de oersimpele zinsbouw, hippe stijltrucjes zoals het weergeven van flarden songtekst, sms-jes en chatsessies op Messenger zijn evenzovele pogingen om te flirten met een jong lezerspubliek dat niet al te hoge eisen stelt aan literatuur.

Waar de auteur zich ergens bevindt binnen deze multiculturele koude oorlog, blijft vaag. Dit alles maakt het wellicht begrijpelijk dat Alleen maar nette mensen in De Inktaap won, een prijs die wordt toegekend door jongeren. Minder begrijpelijk is dat de roman in ook de Gouden Uil won. In werd het boek verfilmd, maar van die film hebben we weinig of niets mogen vernemen een veeg teken? Om af te ronden nog drie dingetjes. Slechts één opvallend zinnetje hebben we kunnen aanstrepen: De arrogante uitweidingen van David over hier vooral zwarte muziek lijken ons als idee gestolen van American Psycho van Brett Easton Ellis, een boek waarmee Alleen maar nette mensen overigens wel meer verwantschappen vertoont het branie-achtige, het confronteren van de lezer met seks en geweld onder het mom van satire.

En ten slotte een slordigheidje van de auteur: Of moeten we dit kemeltje toch toeschrijven aan David, in wiens huid de personale verteller voortdurend kruipt? In deze roman heeft T. Boyle het over de baanbrekende Amerikaanse bioloog en seksuoloog Alfred C. We maken mee hoe Kinsey zijn onderzoek kort vóór Wereldoorlog II begint met het afnemen van honderden en daarna duizenden anamneses interviews waarbij de geïnterviewde vragen krijgt voorgeschoteld over zijn seksuele ervaringen en voorkeuren van vertegenwoordigers van alle lagen van de bevolking, hoe zijn bekendheid en populariteit een hoogtepunt bereiken na de publicatie van zijn eerste boek in , hoe hij na de publicatie van zijn tweede boek in meer en meer kritiek en tegenwerking krijgt, tot hij in op jarige leeftijd aan een hartkwaal overlijdt.

Dit alles wordt vastgeknoopt aan het levensverhaal van ene John Milk, een student Engelse literatuur die als eerste door Kinsey wordt aangeworven als medewerker en vanuit wiens standpunt het hele verhaal wordt verteld. Deze John Milk is een wat stuntelige, verlegen, maar niet onknappe jongeman die op verzoek van een meisje Kinseys colleges over seks bijwoont alleen koppeltjes worden namelijk tot die colleges toegelaten , zijn anamnese laat afnemen en zo in contact komt met Kinsey, wat leidt tot een job als assistent van Kinsey.

Milk, die dankzij de tussenkomst van Kinsey niet moet gaan vechten in Europa, huwt met Iris, een meisje uit zijn geboortestadje dat ook aan de univ studeert en onderwijzeres wordt, en de rest van het boek bestaat uit de geschiedenis van dat huwelijk, dat de nodige ups en downs kent en voortdurend nauw verbonden is met de opkomst en het verval van Kinsey Prok, afkorting van professor Kinsey, voor de intimi en zijn onderzoek naar de seksualiteit van het menselijke zoogdier.

De aandacht van de lezer wordt daarbij gaande gehouden door een aantal met flair gedoseerde cliffhangers. Zo vernemen we dat Milk regelmatig met Kinsey, die overigens gehuwd is met ene Mac en kinderen heeft, naar bed gaat, dat Milk van Prok toestemming krijgt om een keer en daarna nog ettelijke keren met Mac seks te hebben, en dat Milk, Prok en de ondertussen aangeworven tweede medewerker Purvis Corcoran tijdens hun anamnesereisjes door het land zich bij een prostituee in de kast verstoppen om haar doen en laten met de klanten te kunnen observeren.

Milks huwelijk kent een eerste crisis als Iris erachter komt dat haar man regelmatig met Mac sekst en zij even later vreemdgaat met Corcoran Milk heeft overigens zelf op een nacht in zijn eigen huis nog een keer geforniceerd met één van de twee vriendinnen van twee vrienden van hem, die afscheid kwamen nemen vóór ze naar de oorlog vertrokken.

Iris en Purvis zijn van plan om samen te gaan wonen, maar Prok steekt daar resoluut een stokje voor en zorgt er een tijdje later zelfs voor, als compensatie, dat Milk seks kan hebben met Violet, de vrouw van Purvis. Er wordt duidelijk gesuggereerd dat Prok ook met Corcoran en Rutledge homoseks heeft en ten gevolge van Proks onderzoeksdrift worden de morele grenzen steeds verder verlegd.

Zo kijken Milk, Rutledge en Prok op een keer op Proks zolderkamer toe hoe Corcoran de liefde bedrijft met een vriendinnetje van hem. Dan wil Iris een kind dat er uiteindelijk komt: Prok heeft voor John en Iris en huis geregeld dichtbij de univ en zal een goedkope lening geven, maar Iris, die sinds het incident met Corcoran niet zo positief staat tegenover Prok en zijn seksuele gedoe, verkiest een boerderijtje op acht kilometer buiten de stad.

In het onderzoek, dat door het succes van het eerste boek een enorme stimulans heeft gekregen, doet het filmen zijn intrede, samen met de nieuwe medewerker Aspinall, een fotograaf-cineast. In New York gaat men duizend mannen filmen die gemasturbeerd worden door een jonge mannelijke prostitué, om ejaculaties te bestuderen. Als John en Iris moeten neuken, wil Iris het met Purvis doen, maar Prok verplicht haar het met hém te doen, waarop John zijn vereerde leermeester aanvalt en door de kamer klopt.

Iris vlucht met John Jr. Als Prok in Michigan een lezing moet houden, zoekt John samen met Prok zijn vrouw op, en John en Iris vallen in elkaars armen. Iris bewaart daarna haar afstand tegenover Prok, die enkele jaren later sterft. In de proloog hebben we dan al lang vernomen dat Milk dit hele verhaal zit in te praten op een bandopnemertje en dat Iris op de dag van Proks begrafenis heeft gezegd: Dat is dus allemaal nogal wat, en al kan het op het eerste gezicht lijken alsof we hier te maken hebben met een sensatiegericht seksboekje, dat is zeker niet zo.

Nochtans blijven er na lezing enkele vragen in de lucht hangen. In zijn recensie in De Morgen ontdekt Marnix Verplancke twee grote tegenstellingen in het boek: Een gedwongen ongedwongenheid voelt net zo aan als een terreurbewind, lijkt Boyle hier te willen zeggen.

Lijkt Boyle te willen zeggen, inderdaad, want ofschoon Verplanckes duiding van de thematiek ergens wel te verantwoorden valt, toch kan je niet zeggen dat Boyle het er allemaal vingerdik heeft opgelegd en op het einde blijf je een beetje zitten met een gevoel van: Wat wij ook wel eens zouden willen weten, en dat is dan een tweede vraag en overigens eentje waar Verplancke alvast géén antwoord op geeft, is of alles in dit boek historisch correct wordt weergegeven.

Of is alleen wat over Kinsey zelf wordt verteld juist en zijn die John Milk en Iris erbij gefantaseerd?

En ging Kinsey inderdaad met zijn assistenten naar bed en stak hij tandenborstels in zijn stijve penis? Een derde vraag ten slotte is: In het begin en op het einde wordt aangegeven dat John Milk heel dit verhaal inspreekt op een bandopnemer.

Maar waarom en voor wie? Na dit alles, ook nog even de volgende zijdelingse opmerking. Wij maken hierbij de bedenking: Iedereen weet toch dat het zaad van een man naar buiten druppelt als hij de voorafgaande dagen meermaals is klaargekomen, en dat hij alles des te krachtiger wegspuit, naarmate hij zich langer één, twee, drie of meer weken onthouden heeft.

Sex met dikke negerin grote lul in een klein kutje

Neuken in noord holland homo gangbang

Sex met dikke negerin grote lul in een klein kutje